Philippe Van Snick

De Belgische kunstenaar Philippe Van Snick is werkzaam als schilder sinds het einde van de jaren ‘60. Schilderkunst reikt voor hem veel verder dan het geschilderde oppervlak. De betekenis van het werk bevindt zich in het werk en zijn relatie tot de ruimte waar het werk getoond wordt, in de individuele ervaring van de toeschouwer en diens relatie met het kunstwerk. In zijn schilderijen, installaties en sculpturen onderzoekt, analyseert en creëert hij ruimte. Hierdoor daagt hij de toeschouwer uit een persoonlijk standpunt in te nemen. Om de kijker en de ruimte in het werk te betrekken, zijn geen composities of weloverwogen onderwerpen nodig. De kracht van zijn werk komt tot stand door de minimale beeldmiddelen die hij hanteert. De puurheid van het schilderen staat voorop, Van Snick maakt dan ook gebruik van eenvoudige dragers en heldere pigmenten. Na een korte tijd werkzaam geweest te zijn binnen verschillende disciplines, besloot Van Snick begin jaren ‘70 om zijn schilderspalet te beperken tot 10 kleuren, alsook om zijn vormentaal te reduceren tot rechthoeken, vierkanten en kubusvormen. De kleuren rood, geel, blauw, oranje, groen en paars werden aangevuld met wit en zwart, zilver en goud. Stuk voor stuk tinten die hij bewust en met een uiterste precisie uitkoos. De monochrome doeken ontstaan door het aanbrengen van verschillende verflagen. Van Snick hanteert deze techniek opdat het pure pigment maximaal zichtbaar zou worden. Hun saturatiegraad zorgt ervoor dat het werk zich als het ware naar de kijker en naar de andere werken die zich in dezelfde ruimte bevinden, richt. Zowel in de ophanging van de doeken aan de muur, als in het opbouwen grote installaties waarbij Van Snick wanden volledig beschilderd, wordt de verhouding van de kleuren tot elkaar en tot de specifieke ruimte grondig overdacht. Elk werk is autonoom en tegelijkertijd ook onderdeel van een meer omvattend geheel. Bij het bekijken van dit werk sturen veranderingen in kleurgebruik, formaat, richting onze ruimtebeleving. Pas sinds het midden van de jaren ‘90, opteerde Van Snick ervoor om ook gemengde kleuren aan zijn palet toe te voegen. Dit impliceert een andere kijk, een kijk in toonaarden, een genuanceerde kijk waar gevoeligheden op een andere manier vertaald worden, waar de kunstenaar zijn eigen impliceert in de dialoog met de beschouwer. De titels die Van Snick aan zijn werken toekent, zoals 'Paysage', 'Visage' of 'Territorium' verwijzen naar de ruimte, het beeld, het kijken, de beschouwer en de interpenetratie van al deze gegevens. Tegelijk staan ze ook niet los van de hedendaagse realiteit en van brandend actuele noties als 'territorium'’.
geboortejaar en -plaats: , Gent (België)

Publicaties