Jürgen Partenheimer .La Robe des Choses

22.06 tot 08.09.2002

Partenheimers werk kan wellicht deels verklaard worden door het te plaatsen in de traditie van het minimalisme. De beelden zijn sober, eenvoudig, lineair en tegelijkertijd poëtisch en spannend. De schilderijen, tekeningen, sculpturen en installaties kunnen eveneens probleemloos gekaderd worden binnen de conceptuele kunst. Ze zijn immers het resultaat van een denkproces. Taal, literatuur en filosofie spelen een grote rol binnen Partenheimers oeuvre.

Zelf definieert Partenheimer zijn werk liever met de zelden gebruikte term ‘metafysisch realisme’. Zijn werken zijn veel meer dan een uitbeelding van het denken. Nochtans weet hij, vooral in zijn tekeningen, te komen tot een rijke maar eenvoudige en sterk poëtische beeldtaal. De zoekende lijnmassa’s, kleurvlakken en de zwevende geometrische vormen in zijn werk lijken vaker geïnspireerd door niet-westerse mythologieën dan door de hier zichtbare werkelijkheid. In zijn vaak kleine werken tekent en schildert Partenheimer op een bijzonder heldere, eenvoudige manier een spirituele en lyrische werkelijkheid. Deze doet vaak denken aan de magie en symboliek in het werk van Paul Klee en Joseph Beuys. Opvallend is zijn voorkeur voor blauw, wit en zachte kleuren als geel en grijs. Als conceptueel uitgangspunt voor de tentoonstelling in het S.M.A.K. neemt Partenheimer de tekst La Rôbe des Choses, uit het boek A la Rêveuse Matière van de Franse auteur Francis Ponge. De werkelijkheid is een omfloerst en onvatbaar gegeven. De enige manier om er vat op te krijgen is via het denken. Dit denken resulteert enerzijds in begrippen waarmee de tastbare realiteit kan geconstrueerd en ontsloten worden. Anderzijds blijven er steeds elementen die niet voor de zuivere rede vatbaar zijn en die enkel via de kunst zichtbaar gemaakt kunnen worden. Het werk van Partenheimer moet gezien worden als het resultaat van een lange en consequente gedachtestroom waarmee de kunstenaar niet zozeer een bepaalde werkelijkheid wil onthullen, maar wel de reflecties duidelijk wil maken die gepaard gaan met het ‘zijn’ in deze realiteit. Dogma’s worden vaak doorprikt met nieuwe dogma’s. Dit is precies wat Jürgen Partenheimer wil vermijden. Het beeld is voor hem slechts interessant in zoverre het in staat is om telkens opnieuw gedachtestromen op te wekken. Het principe van de associatie is zowel belangrijk tijdens het scheppen van het beeld als bij het beschouwen ervan. Het denken wordt één met het beeld, dat nooit zomaar een vaststaand gegeven is. Een mooi voorbeeld hiervan is Weltachse, een verticale as, samengesteld uit verschillende op elkaar gestapelde blauwe kubussen. Het werk verschijnt telkens in een andere vorm. Zo ontstaat een uniek spanningsveld tussen de sculpturen en de omgeving.

In het S.M.A.K. is een versie van deze sculptuur te zien in een vitrinekast. Alle blokken liggen netjes op elkaar gestapeld onder een glazen stolp. De kijker wordt uitgenodigd om zelf het beeld te scheppen. Dit voorbeeld toont dat Partenheimer voortdurend een beroep wil doen op de verbeeldingskracht en het denkvermogen van de toeschouwer, wat ervoor zorgt dat zijn werk nooit hermetisch is afgesloten. Dit in tegenstelling tot het feit dat de beelden op het eerste gezicht vaak een afgesloten, op zichzelf staand geheel lijken. Partenheimer weet telkens een nieuw universum te creëren waarin kunstwerken signalen en tekens zijn die poorten kunnen openen naar een bovennatuurlijke, zelfs spirituele werkelijkheid. De tentoonstelling in het S.M.A.K. is dan ook meer dan een overzicht van werken uit de laatste jaren. Tijdens één van de discussies die aan de tentoonstellingen vooraf gingen, werd duidelijk dat Partenheimer elke tentoonstelling ziet als een uniek statement. Hij zet zich niet af tegen de museale ruimte. Hij transformeert de ruimte en ontdoet ze van elke vorm van vrijblijvendheid. Daarmee herdefinieert hij het museum als plaats van dynamiek en beweging, als essentieel deel van de openbare ruimte en het maatschappelijk debat. Juist door het feit dat de ruimte van elke dominante identiteit ontdaan kan worden, slaagt de kunstenaar er in om steeds nieuwe betekenissen te geven aan dezelfde ruimtes. Ook boeken nemen binnen zijn oeuvre een heel prominente plaats in. Die interesse komt niet enkel voort vanuit een grote liefde voor het geschreven woord, dat net zoals het beeld een verzameling van tekens is, een sluier die de realiteit zowel verbergt als reveleert. Het boek is als een mentale plaats, een unieke en tegelijkertijd universele context waarin zowel verbeelding als reflectie thuishoren. Het boek versterkt bovendien het individuele karakter van de tocht waartoe de lezer uitgenodigd wordt.

  Meer over Jürgen Partenheimer