Jean-Pierre Raynaud .Drapeau

09.12 tot 28.01.2001

Voor de tentoonstelling in het SMAK spande hij een aantal nationale vlaggen op, elk bestaande uit drie kleuren in verticale banden. Hij wil ons zo vertrouwd maken met elementen die de nationale identiteit van een land bepalen.

De Franse kunstenaar Jean Pierre Raynaud (° 1939) is werkzaam sinds midden jaren ‘60 in een stijl die men als Nouveau Realisme benoemt. Met zijn objecten, sculpturen en installaties verwijst hij naar alledaagse voorwerpen. Motieven van verkeersborden, bloempotten, tegels en meters worden in zijn oeuvre onder aandacht gebracht en gecombineerd. De houding ten overstaan van het alledaagse leven is gerelateerd aan Pop Art. Door de formalisering van het ‘normale’, raakt hij tevens aan sociale gevoeligheden. Zijn assimilaties van bestaande objecten noemt Raynaud ‘Psycho objects’, een combinatie van wit en rood geschilderde voorwerpen, zoals verkeersborden, brandblussers, bloempotten, speelgoed en ladders. Raynaud speelt met het banale van de bloempot door ze als monumentale sculpturen te presenteren, door ze te vergroten, te stapelen tot een zuil of door er bijvoorbeeld honderden in rijen gegroepeerd op te stellen (300 pots, uit de SMAK-collectie). In de jaren ‘70 en ‘80 gebruikt hij herhaaldelijk de witte keramische tegels, waarmee hij schilderijen bekleedt en muren of sokkels bedekt. In zijn eigen huis verandert hij continu kamers met tegels ingericht, alsof hij zoekt naar perfectie. In 1993 besluit hij tot de afbraak van dit huis over te gaan, waarna hij de brokstukken als ‘archeologische fragmenten’ presenteert. In de jaren ’90 koppelt hij het pure voorwerp, aan hieraan gerelateerde documentatie uit de media. Dozen waarschuwingstape bijvoorbeeld worden gekoppeld aan een vergrote zwart-wit foto van een explosie. Tonnen giftige stoffen worden als klinisch proper in het museum gepresenteerd. In 1998 neemt hij het thema van de nationale vlag op. De doeken in verschillende formaten spant hij als een schilderij op een frame op. Raynaud eigent zich de vlaggen toe, in zijn handen krijgen ze een objectkarakter. We leren de vlaggen kennen zoals ze zelden in de realiteit voorkomen: strak gespannen, zonder politieke of andere context. De franse vlag werd voor het eerst tentoongesteld naar aanleiding van zijn retrospectieve in Jeu de Paume te Parijs. Nadien werkt hij in een veelheid van formaten en uitsneden rond bepaalde geladen vlaggen, zoals Libië, Japan of Cuba. Uit de veelheid aan nationale vlaggen maakt hij vervolgens een keuze op basis van objectieve criteria.

Voor de tentoonstelling in het S.M.A.K. bracht hij alle nationale vlaggen met drie verticale banden samen, België, Frankrijk, Italië, Roemenië, Tsjaad, Mali, Guatemala, Peru, Guinea, Ierland, Nigeria en Ivoorkust. Toch benoemd Raynaud zijn werk nooit bij naam van het land, ze zijn herleid tot een abstracte kleurencompositie, verwant met Hard Edge of Colour Field Painting. Met het project ‘drapeau’ wil Raynaud het seriële blootleggen, en de kleuren hun vrijheid teruggeven, ze worden enkel autonome kleurcomposities. Aan staatsleiders schenkt hij een opgespannen Raynaud-vlag. Zo nam Fidel Castro de Cubaanse vlag met een officiële plechtigheid in ontvangst, en werd hij op de huidige Biënnale van Havana (winter 2000) om dit project bekroond. Momenteel voert hij onderhandelingen met Libië om aan hen de eigen opgespannen vlag over te maken. Naast de 12 doeken, wordt in het S.M.A.K. ook Sens Interdit uit 1962, één van de eerste kunstwerken van Raynaud getoond. In combinatie met de vlaggen creëert dit verbodsteken een nieuwe politiek geladenheid. In de rand van deze tentoonstelling wordt een deel van Raynauds tijdschriftenverzameling geopenbaard met beelden van vlaggen ‘in volle actie’, bij betogingen, oorlog, officiële ceremonies of begrafenissen. In tegenstelling tot ‘Drapeau’ zien we de vlaggen nooit opgespannen, steeds wapperend, brandend, verscheurd of als lijkwade. Dit contrast brengt een spanning te weeg die het project ‘Drapeau’ een actuele meerwaarde meegeeft.

  Meer over Jean-Pierre Raynaud