Jan De Cock .Randschade fig.7

18.05 tot 18.08.2002

Op het bestaande museumtraject in zalen 15 tot 19 stippelt hij door middel van houten constructies een tijdelijk nieuw parcours uit. De architecturale sculpturen die hij telkens de titel ‘Denkmal’ meegeeft, heroriënteren en transformeren ingrijpend het kijkgedrag van de bezoeker. Naar voorbeeld van Marcel Broodthaers ontwerpt hij modellen die de presentatiewijze van kunst analyseren en in vraag stellen. Voor elke zaal ontwerpt De Cock weldoordachte, evenwichtig geordende sculpturale constructies. Lijnen, vlakken en egale kleuren van de installaties harmoniëren allen op een abstract niveau met de zaalinrichting, de architectuur en de schilderijen. De installaties van Jan De Cock kunnen als drie-dimensionele werken van Mondriaan worden beschouwd, waarbij telkens de fantasie van de toeschouwer wordt geprikkeld. Opmerkelijk is de presentatie in zaal 15, de hemicyclus. Hierin bouwt De Cock a.h.w. een archeologische site uit waarbij de bezoeker, net als bij echte opgravingen, gedwongen wordt om een loopparcours af te leggen op een podiumvormige installatie. Een van de topwerken van de collectie, Portret van een kleptomaan van Théodore Géricault, wordt voor de gelegenheid als enig schilderij op een grote lege wand gehangen. De bezoeker krijgt hierdoor een verrassende confrontatie tussen oude- en hedendaagse kunst. In de gang rond de hemicyclus creëert de Cock een mooie symbiose tussen natuur en cultuur. Kleurrijke houten kaders omlijsten de hele rij vertikale smalle vensters. De bezoeker staat in contact met de wereld buiten het museumgebouw. Referenties naar de architectuur van Frank Llyod Wright en Mies van de Rohe zijn hier niet onterecht.

In de sarcofaagruimte van het S.M.A.K. wordt een reconstructie weergegeven van de tentoonstellingszaal 19 van het MSK. Hierdoor lieert De Cock beide musea. Ook in het S.M.A.K. moet de bezoeker een welbepaald parcours afleggen. Heel het project van Jan de Cock wordt als een Gesamtkunstwerk ervaren. Dit gevoel wordt nog versterkt door de lichtgevende cibachromes die De Cock bij zijn installaties aanvult. Driedimensionele kunst wordt herleid tot een lichtgevend schilderij met een sculpturale dimensie. Sommige cibachromes verwijzen naar voorgaande projecten. Dit refereert naar de cyclische structuur van het oeuvre van Jan de Cock. De titel van de tentoonstelling ‘Randschade’ verwijst in de eerste plaats naar een militair jargon. Burgerslachtoffers van de high-tech oorlogvoering vallen alleen nog ten gevolge van ‘collateral damage’, een ongewild randverschijnsel of nevenschade. De installaties van Jan De Cock brengen onbedoeld randschade toe aan de ruimtelijke omgeving en kunnen als tijdelijke randfenomenen worden beschouwd.

  Meer over Jan De Cock