.Gelijk het leven is

28.06 tot 14.09.2003

Het opzet van deze presentatie is tweeledig. In het S.M.A.K. zelf stelt Jan Hoet een overzicht samen van de naoorlogse Belgische kunst. Gelijktijdig worden op diverse plaatsen in Gent internationale kunstenaars uit de collectie in de kijker geplaatst.

Sinds de opening van het S.M.A.K. in mei ’99 heeft het tentoonstellingsbeleid van het museum een grote vaart gekend. Tal van tijdelijke, grootschalige projecten, waaronder overzichtstentoonstellingen als Over the Edges en Casino 2001.1ste Quadriënnale voor Hedendaagse Kunst en solotentoonstellingen als Panamarenko, Jannis Kounellis en Jan Fabre, hebben elkaar in vlug tempo afgewisseld. Intussen sprong het S.M.A.K., via wisselende opstellingen, op een dynamische manier met de eigen collectie om. Die collectie is van uitzonderlijk hoge kwaliteit. Bijna tweeduizend kunstwerken van zowel Belgische als internationaal gerenommeerde namen tonen de evolutie van de hedendaagse kunst van de tweede wereldoorlog tot op vandaag. Tal van werken worden regelmatig door andere musea in bruikleen gevraagd. Het S.M.A.K. wordt ook vaak uitgenodigd om een selectie uit de eigen collectie in het buitenland te presenteren, zoals onlangs nog in Mexico City, Parijs of Umea. In het S.M.A.K.: 50 jaar Belgische kunst. Vanaf 28 juni wordt het volledige museum vrijgemaakt voor een presentatie van Belgische kunstwerken uit de collectie.

Er is werk te zien van in totaal een 90-tal kunstenaars, die samen een staalkaart aan artistieke visies, een stevig stuk Belgische kunstgeschiedenis vormen. Burssens en Landuyt. Lyrisch abstracten zoals Mendelsohn, Wyckaert, Van Anderlecht versus de geometrisch abstracten: Peire, Leblanc, Verheyen, Cortier. Het collectief van de Jeune Peinture Belge - Van Lint, Bertrand, Bonnet - maar ook een eenzaat als de Gentse kluizenaar Philippe Morel. Het zwaar concrete van Bram Bogart (een inwijkeling, net als Lohaus), dat verrassend dicht aanleunt bij het spirituele bijna-niets van Van Severen of Van Doorslaer. De Nieuwe Visie: Raveel, Elias. Maar wat doe je met een rebel als Roobjee, of met de fijnzinnige, ongrijpbare De Keyser? Die laatste kan je koppelen aan Marthe Wéry, nog zo’n kwieke 70-er, met een even consistent en toch altijd fris en aftastend schilderkunstig parcours. Twee jonge kerels en een wapenschild (met daarop 1971) op een brug over de E5, hyperrealistisch op doek gezet door Antoon De Clerck. Het centrale zenuwstelstel van het museum: Broodthaers, beneden in de gangen, Panamarenko in de grote voorzaal boven. De bespiegelingen van Vercruysse en Vermeiren, de theatraliteit van Dujourie, de alchimie van Copers en de scherpe, speelse analyses van Geys en Van Kerckhoven. Individuele universa: De Cordier, Debaere, Jan Fabre. Vlijmscherpe, frisse ironie van Guillaume Bijl en Wim Delvoye. En dan toch weer de figuur en de verf bij Tuymans, Vandenberg, Delrue, Devriendt. Fotografie en film: Braeckman en Robijns. Om te eindigen bij de digitale revolutie, met Hans Op de Beeck en David Claerbout. Voor een 20-tal kunstenaars wordt een volledige zaal voorzien.

Met de werken van de anderen worden combinaties gemaakt, die nu eens voor de hand liggend, dan weer verrassend zullen zijn. Het museum houdt zichzelf een spiegel voor, met een overzicht van wat het in al die jaren, tot op vandaag, aan Belgische kunst verworven heeft. Deze tentoonstelling geeft dus niet alleen een beeld van de Belgische kunst van de laatste 50 jaar, maar tevens van het museum zelf en zijn verzameling, van de visie en de keuzes van zijn directeur, Jan Hoet, en van de mensen van de Vereniging die voor de start van het Museum van Hedendaagse Kunst, in 1975, de weg geplaveid hebben. We maken een balans op, er wordt teruggekeken in de tijd, maar dit museum is niet voor niets een Museum voor Actuele Kunst. De tentoonstelling is een terugblik en een overzicht, maar het is ook een gelegenheid om nieuwe accenten te leggen, om nu, vandaag, de recente geschiedenis van de Belgische kunst en van de collectie opnieuw te interpreteren, om de werken met een frisse blik te bekijken, te lezen, te combineren en te presenteren. Dit wordt dan ook geen overzicht van ‘de’ geschiedenis van ‘de’ Belgische kunst, maar, zoals de titel het zegt, een tentoonstelling "gelijk het leven is". Daarom wordt er ook nieuw werk gemaakt, want een verzameling is geen dood, afgesloten geheel. Die nieuwe werken vormen een aanvulling op wat er al is, of ze zijn een voorafspiegeling van de collectie van morgen. Heel wat kunstenaars, zoals Joëlle Tuerlinckx, zullen hun werk van de S.M.A.K.-collectie met de grootste zorg opnieuw opbouwen. Gert Robijns komt zijn ‘in situ’-installatie van Over the Edges, uiteraard aangepast aan de context, binnen in het museum installeren. Een stukje stadsleven wordt in het museum binnengehaald.

Ter gelegenheid van de tentoonstelling wordt een rijkelijk geïllustreerde en gedocumenteerde catalogus gemaakt. Deze catalogus neemt de vorm van een studieboek aan. Enerzijds maakt Jan Hoet in interview-vorm een diepgaande en uitgebreide analyse van de Belgische museumcollectie. Anderzijds wordt een selectie gemaakt van een 25-tal kunstenaars, waarvan aan de hand van allerhande beeld- en archiefmateriaal telkens een klein ‘dossier’ samengesteld wordt. Het ‘studieboek’ heeft geen wetenschappelijke allures. Meer nog dan in de tentoonstelling, waarin toch een overzicht wordt nagestreefd, worden in de catalogus heel duidelijke accenten gelegd, keuzes scherp gesteld, visies naar buiten gebracht. Belgen in het S.M.A.K., buitenlanders in de stad Geen verleden zonder heden; geen binnen zonder buiten. Geen Belgische kunst zonder de internationale stromingen, de invloeden van buitenaf en vice versa. Parallel met de Belgische kunst in het S.M.A.K. wordt op tal van (voornamelijk) culturele plaatsen in Gent internationale kunst uit de collectie getoond. Dit is niet alleen een Museum voor Actuele Kunst, het is ook een Stedelijk Museum.

De hele geschiedenis van het S.M.A.K. en het Museum van Hedendaagse Kunst bewijst dat dit museum zich nooit binnen zijn muren heeft willen opsluiten, maar altijd op een heel actieve wijze de stad, de gemeenschap, de maatschappij heeft opgezocht waarbinnen ze functioneert en waarvoor ze, per slot van rekening, gemaakt is. De internationale kunstwerken - werken van gerenommeerde kunstenaars, maar ook stukken die nog nooit of nauwelijks te zien waren - zwermen uit over de stad, en duiken her en der op. Giovanni Anselmo, Bruce Nauman, Jimmie Durham en Aïda Ruilova geven de agressie vorm in het Gravensteen. In het Design Museum balanceren we tussen design en kunst - om uiteindelijk toch duidelijk het verschil te maken - met onder andere de tafels van Mario Merz en werken van Richard Artschwager, Jorge Pardo of John McCracken. Opnieuw Merz - dit keer met de grote iglo-constructie - in de pas geopende grote Concertzaal van de Vlaamse Opera, in combinatie met een magistrale installatie van Gilberto Zorio’s Canoa en de restanten van een vermaarde performance van Fluxuskunstenaar Wolf Vostell. Anselm Kieffer in de inkomhal van het Stadhuis, Mariusz Kruk en Ulrich Rückriem in een kerk. In de winkelvitrines van de Bourdon Arcade worden Layered City van Urs Pfannenmüller en Edward Lipski’s Bird uitgestald, terwijl Klaus Vom Bruchs video-installatie Das Ende des Jahrhunderts in de centrale hal weerklinkt. In het Huis van Alijn streven we voornamelijk subtiele interventies na, met werk van onder andere Robert Gober, Mark Manders of Joe Scanlan. In de Openbare Bibliotheek aan het Zuid maken we de voor de hand liggende keuze voor de combinatie woord-beeld, met Robert Barry, Elizabeth Ewart of Das Ende des Alfabetes van Martin Kippenberger. Het Caermersklooster stelt ons zijn schitterende pandgang ter beschikking voor 67th Copper Cardinal van Carl André, en in het nabij gelegen Vredeshuis zijn eveneens interventies te zien. Het MIAT mag de metaforische machines van Thomas Hirschhorn, ManfreDu Schu en François Morellet verwachten. Alle locaties in de stad liggen op een boogscheut van Tram 1, die als een leidraad door het tentoonstellingsparcours functioneert. Aan het noordelijke uiteinde van het parcours ligt het Museum Dr. Guislain, dat zijn hele zolder vrijmaakt voor een volledige tentoonstelling, naast de interventies die in de permanente collectie gebeuren. Enkele voorbeelden: installaties van Mark Manders en Ricardo Brey, foto’s van Thomas Schütte en de Homo Infinitus van Maurizio Elettrico. Op de verschillende locaties worden boeiende interacties op gang gebracht tussen actuele kunstwerken en de contexten waarin ze terechtkomen. Zo wordt ook een uitwisseling van diverse publieken nagestreefd. 

Deelnemende kunstenaars:
Robert Barry, René Barbaix, Miroslaw Balka, Carl Andre, Pierre Alechinsky, Valerio Adami, Carla Accardi, Roy Lichtenstein, Kris Martin, Joaqim Pereira Eires, Hans Op de Beeck, Patrick Guns, Christian Dotremont, Bruna Esposita, Federico Fusi, David Claerbout, Keith Tyson, Belu-Simion Fainaru, Gert Robijns, Ann Veronica Janssens, Silvia Gruner, Patrick Van Caeckenbergh, Franky Deconinck, Ulay, Wolf Vostell, Klaus vom Bruch, Louis Van Lint, Etienne Van Doorselaer, Englebert Van Anderlecht, ManfreDu Schu, Aïda Ruilova, Ulrich Rückriem, Jason Rhoades, Urs Pfannenmüller, Oswald Oberhuber, Roger Nellens, Philippe Morel, Henri Michaux, Ulrich Meister, Rik Meijers, Dyan Marie, Jules Lismonde, Jean Le Gac, Philippe Vandenberg, Jean Milo, Marc Mendelson, Jim Lutes, Danny Matthys, Gilberto Zorio, Marthe Wéry, Didier Vermeiren, Ettore Spalletti, Joe Scanlan, Jorge Pardo, Dennis Oppenheim, Edward Lipski, Zoe Leonard, Marie-jo Lafontaine, Mariusz Kruk, Thomas Hirschhorn, René Heyvaert, Jonathan Hernandez, Nina Haveman, Rodney Graham, Vic Gentils, Christoph Fink, Elizabeth Ewart, Maurizio Elettrico, Richard Serra, Meschac Gaba, Anne-Mie Van Kerckhoven, Barry Flanagan, Sven ‘t Jolle, Jan Vercruysse, Ger van Elk, Cady Noland, Antoine Mortier, John McCracken, Walter Leblanc, Martin Kippenberger, Mike Kelley, Carsten Höller, Robert Gober, Gilbert & George, Franz West, Andy Warhol, Adriana Varejao, Dan Van Severen, Thomas Schütte, Juan Muñoz, Mario Merz, Bernd Lohaus, Anselm Kiefer, David Hammons, Hans Haacke, Luciano Fabro, Jimmie Durham, Marlene Dumas, Lili Dujourie, Honoré d’O