Johan Tahon .Self Self

06.11 tot 11.01.2004

Daarenboven getuigen de vier werken die het S.M.A.K. van Tahon in de collectie heeft van een lange en goede relatie tussen kunstenaar en museum. Voor de indrukwekkende maar moeilijke ‘Kunst Nu’ ruimte heeft Johan Tahon heel bewust gekozen voor een ingehouden presentatie die de titel 'Self Self' kreeg.

Tot nu toe werd het werk van Johan Tahon voornamelijk geassocieerd met zware gipsen beelden van verwrongen, antropomorfe figuren. Het lijkt alsof de beelden ontstonden vanuit een zoekende en op zijn minst verontruste ziel. Het specifieke materiaalgebruik geeft aan die beelden een extra dramatische zeggingskracht. Het oeuvre van Tahon lijkt op een kantelpunt gekomen. Hij heeft in de voorbije jaren een heel persoonlijke en herkenbare stijl ontwikkeld. Sinds kort vond hij de vrijheid om te experimenteren met nieuwe materialen. Hoewel aan de vertrekpunten van zijn werk weinig veranderd is, werpen die nieuwe materialen niettemin een hernieuwde blik op zijn sculpturale oeuvre. Voor een tentoonstelling afgelopen zomer in thuisbasis Oostende toonde Tahon reeds beelden die gemaakt werden in polyester. Voor de tentoonstelling SELF SELF toont hij nu voor het eerst beelden die niet meer in plaaster maar volledig in aluminium gegoten zijn. Door die specifieke keuze voor dit materiaal worden zijn beelden meer en meer efemeer. Terwijl vroegere beelden, hoe klein ze soms ook waren, vaak onderhevig leken aan een materiële zwaarte, en hierdoor aan een extreme melancholie, bereikt Johan Tahon met deze werken een perfecte balans tussen lichtheid en zwaarte. Heel bewust liet de kunstenaar nagels en pinnen, als weerbarstige resten van het gietproces, zitten als weerhaken zijn zoektocht naar een materiële spiegel van de ziel. Ook gietkanalen en technische structuren van het beeld heeft hij niet afgezaagd. Enerzijds krijgen de beelden hierdoor een nog grotere gewrongenheid - het hangende beeld lijkt een figuur te zijn die steeds meer vergroeid raakt met een netwerk van takken - maar anderzijds toont Tahon hier juist dat het om een zoektocht gaat, om een proces dat niet af is en dat waarschijnlijk ook nooit af zal raken. Misschien raakt hij juist hierdoor het wezen van de kunst. Vanuit zijn verbeelding en emotionele ervaring creëert de kunstenaar een beeld dat hij noodgedwongen moet vormgeven.

De kunstenaar moet proberen om dode materie tot leven te wekken, de juiste vorm te vinden, zoeken naar verhoudingen. Het kunstwerk moet drager worden van zijn verbeelding, moet letterlijk een beeld worden. Door de technische en materiële worsteling allerminst te verbergen maakt hij de bezoeker duidelijk dat het hier niet gaat om de realiteit, maar wel om een illusie van de werkelijkheid, een unieke droomwereld. Dit illusionaire aspect wordt hier ongetwijfeld versterkt door de glans van het aluminium. De beelden lijken op het eerste gezicht misschien afstandelijker, koeler, ijziger en nog dreigender. Het gevaar schuilt echter niet zozeer in het beeld zelf. Ongeveer in het midden van de zaal staat een bolle plaat op de grond. Het oppervlak is ruw, met uitstulpingen. Bovenaan de plaat is bovendien nog een netwerk van dikkere en dunnere lijnen te zien. In het midden van het bolle vlak is echter een klein stukje aluminium gepolijst. Van alle werken van Tahon is dit een van de meest abstracte werken waarin de menselijke figuur volledig afwezig lijkt. Het is echter juist door de reflectie in het opgeboende stukje, hoe onherkenbaar ook, waarin de kijker zichzelf ziet, dat de menselijke figuur, op een vluchtige manier steeds terug opduikt. In die zin kunnen de beelden van Johan Tahon onmogelijk uitsluitend gelezen worden als gematerialiseerde zielebeelden maar eerder als stappen op de weg hiernaartoe. Daarbij vindt de kijker uiteindelijk zichzelf alleen in het gezelschap van bezielde wezens, die in zekere zin een heel reële afspiegeling vormen van een ongrijpbare, dynamische en continu evoluerende werkelijkheid.

  Meer over Johan Tahon