Silvia Schreiber .Headquarters

06.11 tot 11.01.2004

Schreiber maakt meestal portretten van mensen die ze kent, een enkele keer van een historische figuur. Dikwijls gaat het om mensen waarmee ze in het kader van een project samenwerkt, of die op een of andere wijze aan het project of de tentoonstellingsplek gelinkt zijn.

Schreiber werkt doelbewust in diverse media. Zo onderzoekt ze op een bijzonder gevoelige en tegelijk analytische wijze hoe elk medium het beeld van het betreffende individu verandert. Ze vertrekt van reeds bestaande of zelf gemaakte foto’s om een buste in klei te maken. Het puur visuele wordt daarbij omgezet in een bij uitstek tactiele handeling - het kneden van klei - wat uitmondt in een beeld dat veel meer een gevoelsmatige impressie dan een fotografische weergave is. Daarna vervaardigt de kunstenares een negatieve gietvorm in gips van de voor- en achterkant van de kleisculptuur. Daarmee volgt ze een traditioneel sculpturaal proces, ware het niet dat ze in die gietvorm vervolgens geen brons giet, maar er kleine stukjes fel gekleurd Japans papier in legt, en die aan elkaar kleeft. De keuze van de papierkleur gebeurt vrij intuïtief, en maakt deel uit van de globale ‘impressie’ van de geportretteerde. Eens de gietvorm verwijderd, ontstaat zo een beeld van een ‘persoonlijkheid’ of ‘individualiteit’ dat letterlijk flinterdun en vederlicht is. In bepaalde gevallen reikt het creatieproces nog verder, en worden de papieren beelden gefilmd of gefotografeerd. In het S.M.A.K. maakt Silvia Schreiber geen tentoonstelling in de traditionele zin. Het gaat om een architecturale interventie.

De kunstenares maakt vijf papieren portretten van personen die op een bijzondere wijze met het museum en/of met dit specifieke project verbonden zijn: naast Jan Hoet gaat het om zijn rechterhand voor het tentoonstellingsbeleid en een suppoost van het museum, en daarnaast om Panamarenko en Marina Abramovic, twee kunstenaars die een bijzondere plaats innemen in de geschiedenis van het S.M.A.K. Schreiber heeft de sculpturen gefotografeerd, waarna ze de foto’s sterk heeft uitvergroot en op transparante folie gedrukt. Deze foto’s zijn gekleefd op de langwerpige vensters bovenaan het museum (waarachter zich de burelen bevinden). Elk portret bezit de felle kleur van het Japanse papier waarmee de sculpturen gemaakt zijn en wordt vier of acht keer identiek herhaald. Het eindresultaat laat niet zomaar vijf individuele, particuliere portretten zien. De verschillende stadia in het sculpturale proces zorgen voor even vele transformaties van de oorspronkelijke foto’s. Bovendien zorgt de repetitie van identieke beelden, in samenhang met het monochrome en de schaal van de beelden, voor een verdere ‘de-individualisering’ en zelfs ‘monumentalisering’. De beelden komen in grote mate los van de geportretteerde persoon en worden, als een soort ornament, deel van de architectuur. Tegelijk echter werken precies dezelfde elementen - repetitie, grootschaligheid, felle kleuren - een flinke dosis ironie in de hand. Het museum krijgt iets van een poppenkast. De architecturale interventie van Silvia Schreiber bevat bijgevolg boeiende reflecties over de relaties tussen diverse media als fotografie, sculptuur en architectuur, over de rol van het ornament, dat sinds begin 20ste eeuw uit de architectuur verdwenen is, en over de wijze waarop architectuur en beeldende kunst de (schaal)verhoudingen tussen individu, instituut en gemeenschap gestalte geven. De architecturale interventie is enkel buiten te bezichtigen op de horizontale vensterpartijen die zowel de front-, de rechter- als de linkergevel van het S.M.A.K. bekronen.

  Meer over Silvia Schreiber