Vaast Colson .A Retrospective

08.05 tot 20.06.2004

Anderzijds dient de beeldende kunstwereld zich ogenschijnlijk aan als het rijk van de onbegrensde mogelijkheden, waarin de kunstenaar de vrijheid heeft - of gedoemd is - om zelf te bepalen wat kunst en kunstenaarschap voor hem of haar betekenen. In die grenzeloze vrijheid en ultieme grondeloosheid situeert zich, onvermijdelijk, de oorsprong van Colsons kunstenaarschap, van zijn behoefte tot handelen en creëren. Colson tracht in steeds wisselende constellaties grenzen af te bakenen en posities in te nemen. In performances en daaraan gelinkte installaties buigt hij zich over het ontstaan van het beeld, de methodiek van de beeldende taal en de rol van kunst en kunstenaar. Hij doorprikt, op een vaak speelse en lucide wijze, de constructies die artistieke voorgangers of de kunstgeschiedenis over de ‘afgrond’ heen gebouwd hebben, en produceert in dezelfde beweging zijn eigen artistieke artefacten, rollen en identiteiten. Die zijn noodzakelijkerwijs van de orde van de fantasie en de mythe en, als ze een publiek weten te bekoren, van de magie. Het ene moment jaagt hij de mystificatie na; even later is hij de eerste om de illusie zelf te ondergraven. Vermits er geen vaste - laat staan universele - waarheden bestaan om als uitgangspunt te fungeren, groeit elke performance of installatie van Vaast Colson uit de specifieke situatie waarin ze tot stand komt. Hij werkt het liefst met levend publiek en laat zijn werk in concrete omstandigheden ontstaan. Ondanks dat improvisatorische, momentane aspect worden alle acties toch tot in de details, zelfs obsessief voorbereid en uitgevoerd. De beperkingen en mogelijkheden van de context, de limieten en begrenzingen van de gegeven tijd en ruimte worden minutieus en maximaal verkend, afgetast en geïncorporeerd. Colson gebruikt die contextuele elementen als een krachtige hefboom voor de vormgeving van zijn acties.

Daarnaast fungeren ook personificatie, fysieke inspanning en confrontatie met een publiek als vormbepalende elementen. De zorgzaamheid waarmee Colson zijn handelingen uitvoert, brengen zijn acties op spanning, ze geven die soms zelfs een spirituele dimensie. Anderzijds hebben de vele rollen die de kunstenaar zich toemeet, niets te maken met de heldendaden uit de hoogdagen van het modernisme. In een van zijn installaties dook op een skateboard de slagzin “No more super-heroes” op, naar het album No more heroes van de Stranglers uit het beruchte punkjaar 1977. De rollen die hij speelt zijn tragisch noch problematisch. Sommige acties ademen verveling of bezitten een zekere flauwheid, bij gebrek aan een duidelijk scenario voor de ‘opvoering’ van ‘het kunstenaarschap’. Ondanks zijn toewijding is het niet altijd duidelijk waar Colsons acties toe leiden, een succesvolle uitkomst is niet van tel. De kunstenaar als loser, als mythische anti-held. De viering van 5 jaar S.M.A.K. vormt voor Vaast Colson een gedroomde context om zijn duivels te ontbinden. Vermits het zijn eerste museumtentoonstelling betreft, en het museum bovendien feestelijk terugblikt op vijf jaar S.M.A.K. en het directeurschap van Jan Hoet, heeft hij zijn tentoonstelling A retrospective gedoopt. De titel is niet alleen een ironische verwijzing naar de gebruikelijke overzichtstentoonstellingen die gevierde kunstenaars op het einde van hun loopbaan te beurt vallen. Colson refereert ook aan het gegeven dat beeldende kunst in een museum niet alleen gepresenteerd wordt, maar in de mate van het mogelijke ook voor de eeuwigheid geconserveerd wordt. Vermits het procesmatige aspect en de ontmoeting met een publiek voor deze kunstenaar zo’n centrale plaats innemen, vormt de traagheid van een tentoonstelling - zeker in vergelijking met de directheid en de snelheid van de concerten waar hij als gitarist nu en dan van proeft - een problematisch gegeven. Ook het statuut van de restanten van zijn vroegere acties en installaties worden door de kunstenaar zelf in vraag gesteld. De hoge en langwerpige Kunst nu-ruimte fungeert als een soort stock voor die props en overblijfsels.

Inspelend op de S.M.A.K.-festiviteiten voert Vaast Colson in zijn installatie gedurende drie opeenvolgende dagen (7, 8 en 9 mei) acties uit. In functie daarvan construeert hij bovenop de restanten van zijn vroegere installaties en performances een houten platform, waardoor de stockageruimte ook enigszins het karakter van een archeologische vindplaats verkrijgt. Bovendien stelt die constructie de kunstenaar in staat om in de tentoonstellingszaal een eigen, private ruimte af te bakenen en zo een afstand ten opzichte van de toeschouwer in te stellen. Tijdens de festiviteiten benadert de kunstenaar het publiek immers als een groep, een massa toeschouwers die van de ene gebeurtenis naar de andere zappen. Er is bijgevolg een strakke en efficiënte regie en vormgeving van de handeling vereist om effect te sorteren en magie af te dwingen. Ook tijdens het verdere verloop van de tentoonstelling wil de kunstenaar veelvuldig in zijn installatie aanwezig zijn en houdt hij zich ten allen tijde het recht voor om de ruimte te transformeren. Dan benadert hij de toeschouwer als individu en kan hij ongedwongen tussen de overblijfsels van zijn activiteiten rondhangen. Die positie is veel persoonlijker en down to earth. In die atmosfeer ontvangt hij ook diverse kunstenaars waar hij verwantschap mee voelt of bewondering voor koestert. Hij nodigt hen uit om, volkomen volgens eigen inzichten, inspiratie en verlangens, iets aan te vangen met het verzamelde materiaal. De artistieke attitude van Vaast Colson impliceert dat, van zodra een handeling het vaste stramien van een routine, van een zeker vakmanschap genereert, hij meteen opteert voor een alternatieve werkwijze. De constructie boven de afgrond mag nooit de allures van een fort verkrijgen. De kunstenaar kiest ervoor om telkens opnieuw in het duister te tasten. Dat brengt risico’s met zich mee. De Kunst nu-ruimte als persoonlijke vrijplaats voor het experiment.

  Meer over Vaast Colson