Tim Volckaert .Poort Napoleon: Afraid of red

03.06 tot 20.06.2004

Naast het reguliere tentoonstellingsprogramma van het museum en de projectruimte ‘Kunst Nu’ bestemd voor aankomend talent, biedt het S.M.A.K. nog een expositieruimte, namelijk Poort Napoleon. Dit monumentale poortgebouw uit 1826, gesitueerd naast het museum, in het Citadelpark, is geen neutrale of evidente expositieruimte. Het welslagen van een tentoonstelling ligt ten dele in de aanpak van de kunstenaar; het eigenzinnige karakter van deze site vormt op zijn minst een uitdaging. Als kunstenaar vandaag opteert Tim Volckaert (°1979) ervoor de twijfel te cultiveren, tussen expansie enerzijds en contradictie anderzijds. In Poort Napoleon doelt Volckaert op een zekere consensus. De avond zal worden ingeluid met de Expansion Tour. Als sluitstuk van een lange tocht, wordt het Citadelpark doorkruist met op de schouders de last van een sculptuur dat tot een symbool lijkt verheven. Vooralsnog is de kunstenaar onderdanig aan de eigen creatie. Het wordt rondgedragen als instrument om de grenzen te gaan aftasten. De optocht krijgt een hoog processie-gehalte door het stuwend geroffel van zijn fanfaregezelschap in de achterban. De slotactie wordt tegemoet gewandeld wanneer Volckaert zich onder dreunende begeleiding met zijn werk naar het dak begeeft. Daar zal hij het genadeschot afvuren. De verminkte sculptuur, zijn instrument dat finaal tot haar ware proportie is teruggevoerd, zal nadien als trofee op een ereplaats tentoon staan.

Binnen in Poort Napoleon toont Volckaert in de ene ruimte een sculpturale installatie die een reflectie is van zijn duale verhouding ten aanzien van de wereldruimte. Twee strakke metalen boxen met inkijkluikje staan er tegenover elkaar uitgebalanceerd. Vakkundig geconstrueerd lijken het uitvergrote objecten om ons zicht op de werkelijkheid te scherpen, erop te focussen. De discrepantie wordt aanschouwelijk in de respectievelijke rode en blauwe gloed van de inwendige holtes. In essentie bevraagt Volckaerts werk de idee dat de werkelijkheid pas te be-vatten is wanneer daar een instrument wordt tussen geschoven. In de andere ruimte treden voor- en achterplan met elkaar in wisselwerking. We krijgen een opmerkelijke, geritmeerde montage te zien van de kunstenaar in performance; met een tweeloop worden lenzen van fototoestellen geschoten. Het instrumentarium ten dienste van onze perceptie - die desondanks niet bij machte is de totaliteit te omsluiten - wordt zijn buit. Op de voorgrond prijkt een groepering ‘gepenetreerde’ toestellen (dixit Volckaert). Op hun slanke staanders, zowaar hun sokkels, zijn het nu autonome sculpturen. Volckaert weet sacrale sculpturen neer te zetten. Een begrip krijgt een materiële tegenhanger, in metaal geklonken. Autonome beelden, met sterk formele kwaliteiten. Gedistantieerd ziet hij af van een nostalgisch utopisme, maar reikt zondermeer een vormentaal aan die op schoonheid doelt. (MariLyn De Cordier, 2004)

  Meer over Tim Volckaert