Carsten Nicolai .AUDIO VISUAL SPACES

12.11 tot 15.01.2006

Gebruik makend van wetenschappelijke methodes afkomstig uit de fysica, wiskunde en (psycho-)akoestiek vormt hij de ruimtes van het S.M.A.K. om tot een laboratorium waar hij verschillende stadia van zijn niet afgeronde onderzoek presenteert. In deze optiek kan het werk van Nicolai bezwaarlijk als louter plastisch beschouwd worden. De term geluidskunstenaar daarentegen doet zijn onderzoek dan weer alle eer aan. Na zijn studies als landschapsarchitect in Chemnitz, voorheen het Oostduitse Karl Marx Stadt, ontvoogde hij zich van de socialistische collectivistische denkpatronen. Hij opteerde voor het individuele kunstenaarsschap dat hij na de val van de muur verder ontwikkelde in de Duitse hoofdstad. De ‘techno-logische’ vrijheid die hij in Berlijn ontdekte, zette hem aan om met afgedankte elektronische apparatuur zijn eerste proefopstellingen te maken. Elke installatie draait rond de visualisatie van geluid hoewel hij zich telkens op een ander onderdeel van geluid toespitst. De ene keer handelt het over een golf, de andere keer richt hij de aandacht meer op de frequentie en in nog andere werken laat hij het resultaat aan toeval over, onderhevig aan de ‘wetten’ van de chaostheorie. Bij het vastleggen van de beelden ‘Wolken’ (2002) op 9000 meter hoogte, toont Carsten Nicolai het niet definieerbare karakter van de materie. Wolken lijken diffuus en onstabiel, een willekeurige verzameling van kristallen en fijne waterdruppels waar de minste klimatologische verandering een verschuiving in de structuur veroorzaakt. Dit niet-lineaire gegeven is het onderwerp van het uitwerken van de chaostheorie.

In ‘Perfect Square’ (2004) hanteert hij het principe van het verdelen van een perfect vierkant in kleinere even perfecte vierkanten. Het kleinst mogelijke aantal vierkanten om een ‘Perfect Square’ te verdelen, is 21. Dit model werd in 1978 ontdekt door de Russische mathematicus A.J.W. Duijvestijn. De verschillende lagen glas verwijzen naar enerzijds de gelaagdheid van geluid en anderzijds de gelaagdheid van het denken. Meer specifiek naar het onderzoek van geluid is ‘Milch’ (2000-2005) ontstaan uit een reeks experimenten om de invloed van lage frequentiegolven op vloeistoffen uit te testen. Sinusgolven tussen 10Hz tot 150Hz werden losgelaten op melk en brachten een voortdurend bewegend, telkens verschillend patroon teweeg. Let wel: geluidsgolven op die frequentie zijn quasi onhoorbaar. Deze reeks foto’s geeft een beeld van een vergelijkbaar experiment dat de fysicus Ernst Florenz Chladni in de achttiende eeuw uitvoerde. Hij zette geluidsgolven om in beeld om op basis hiervan ‘decoratieve’ beelden te maken. De ‘Milch’-serie toont de verschillende fases in het experiment en de visualisatie van geluidsgolven als abstracte vorm. De installatie ‘Wellenwanne’ (2000) moet in hetzelfde luik van het onderzoek gesitueerd worden. De platte aluminium schalen bevatten water. De rimpeling op het wateroppervlak wordt veroorzaakt door de neerwaarts gerichte luidsprekers waarop de schalen rusten. De geluiden die deels onhoorbaar zijn, vormen het steeds veranderende patroon op het oppervlak. Deze testopstelling toont aan dat geluidsgolven, op te vatten als energie, in staat zijn om partikels of kleine deeltjes, in dit geval water, te moduleren, vorm te geven, al dan niet toevallig. ‘Milch’ en ‘Wellenwanne’, letterlijk vertaald als ‘golvenkuip’, maken het geluid niet enkel tastbaar maar wijzen tevens op het ruimtelijke aspect van de geluidsgolf. Het zichtbare patroon is specifiek en vormt als het ware de vingerafdruk van elke frequentie. In de tentoonstelling zijn verschillende presentaties te zien waarbij Carsten Nicolai gebruik maakt van verschillende types van beeldbuizen. Bij ‘Telefunken’ (2000-2005) is de visuele vertaling van het geluid op de geluidsdrager, in dit geval een cd, te zien op de schermen. Het audiosignaal, bestaande uit testgeluiden opgewekt door golven van verschillende frequentie, amplitude en vorm en nauwelijks hoorbare ‘witte geluiden’, is aangesloten op de video-ingang van het scherm. In deze verbinding wordt het geluid vertaald naar een abstract, lineair beeld. Met andere woorden zet het TV-scherm de audiosignalen om in horizontale strepen van verschillende dikte en breedte, afhankelijk van de verschillende functies. De densiteit van de witte lijnen is recht evenredig met het interval of de intensiteit van de geluidsimpuls. ‘Telefunken Anti’ (2004) steunt op hetzelfde principe. Parallel aan ‘Telefunken’ wordt het audiosignaal via het videokanaal van de flatscreens zichtbaar gemaakt. In dit geval geen letterlijke visualisatie, wel een indruk van de intensiteit waarmee de geluidssignalen gestuurd worden. De schermen zijn immers gericht naar de muur en de omringende ruimte wordt gedefinieerd door de vage reflectie van de geluidsgolven. Het geluid hangt als een aura rond de materie, veroorzaakt door de wrijving van twee uiteenlopende, audio versus video, signalen en hun ontvangers. Nicolai hanteert het potentieel van de frictie tussen deze twee signalen. In de testopstelling ‘Modell zur Visualisierung von Ton’ (2001) onderzoekt de kunstenaar het effect en de impact van magnetische velden op een elektrische straal. De soundtrack bevat een welbepaalde verzameling sinusgeluiden die gestuurd worden door een elektronische diffractie buis. Die signalen worden omgebogen (diffractie) en omgezet in een magnetisch veld. De effecten van dit proces worden zichtbaar onder vorm van een blauwe lichtstraal in de glazen bol. In ‘Portrait’ (2004) gebruikt Carsten Nicolai de magnetische band om het onzichtbare geluidssignaal dat door die band wordt gedragen, te tonen. De verticale banden zijn zo dicht tegen elkaar aangebracht dat het lijkt alsof het over een welbepaalde structuur gaat. ‘Magnetic Static 2’ (2005) is opgebouwd volgens hetzelfde principe, alleen lopen de banden horizontaal en tonen ze de fysische voortplantingsrichting van geluid. In een eerder geconcipieerd werk ‘Magnetic Static’ (2000-2004) ligt het lineair voortschrijden van geluid vervat in de horizontale densiteit van de banden. Niet enkel de interne structuur van geluid behoort tot Nicolai’s onderzoek. Eerder werd verwezen naar de ruimte die geluid kan innemen.

Met ‘Void’ (2002) poogt hij een antwoord te vinden op de vragen ‘Wat is de levensduur van geluid?’, ‘Kan geluid opgeslagen worden in de ruimte?’, ‘Wat gebeurt er met geluid wanneer het voortdurend beweegt en weerkaatst wordt in een heel beperkte ruimte?’. Hier ontwierp Carsten Nicolai een aan de binnenkant gechromeerde glazen koker als inhoudsvat, als container van het haast onvatbare geluid. ‘Wat gebeurt er met geluid dat voortdurend gereflecteerd wordt in een minimale ruimte?’ ‘Wat gebeurt er met het geluid wanneer de container terug opengemaakt wordt?’ Wordt wetenschappelijk vervolgd... Elk fragment in de ruimte is altijd een deel van de originele vorm. Elk fragment is de blauwdruk van de eigen ontstaansgeschiedenis. Elk fragment bezit informatie die eerst is, dan evolueert en transformeert naar nieuwe informatie. De ‘lockheed’-kristal in de film ‘Spray’ (2004) toont het breken van de stralen wanneer ze door het kristal gestuurd worden. De straal brengt informatie tot in de kern van het kristal waarna de data opnieuw het kristal verlaat maar in diffuse vorm. Carsten Nicolai hanteert dit procédé als model om strategieën te vormen die niet enkel data of informatie opslaan maar ook herverdelen. De interesse in het onderzoek en het visualiseren van geluid ontstond vanuit de noodzaak muziek te componeren. Zo runt Carsten Nicolai samen met o.a. Olaf Bender en Frank Bretschneider het Raster-Noton label waar ze een ‘Archiv für Ton und Nichtton’ opgericht hebben. Voor deze tentoonstelling gaat het S.M.A.K. een exclusieve samenwerking aan met kunstencentrum Vooruit. 

  Meer over Carsten Nicolai