Sven ‘t Jolle .Sans-papiers

12.11 tot 08.01.2006

’t Jolle laat zich voor deze ‘kabinet-tentoonstelling’ inspireren door de vroegste beeldcultuur uit het Midden-Oosten. Op het spoor van het oudste schrift op kleitabletten legt hij de link naar de ‘sans-papiers’, het illegale verkeer van cultureel erfgoed en de omstreden Europese grondwet. Deze thematiek wordt op vormelijk verschillende manieren verwerkt in een museale presentatie en een installatie in de stad. In het museum worden sculpturen gepresenteerd die in hun onschuldig ogende stilzwijgende aanwezigheid al gauw brandend actuele pijnpunten oprakelen. De infiltratie op stedelijk niveau baseert zich eerder op de figuratieve symboliek van het katholicisme en verwijst naar het vluchtelingenverkeer op gang gebracht door de globalisering. Deze ingreep zal plaatsvinden in een Gentse wijk tijdens de kerstperiode. Kenmerkend voor het werk van Sven ’t Jolle is het vermengen van historische, politieke en sociale elementen in een geheel eigen beeldtaal. Die verschillende ingrediënten verlenen zijn werken meerdere niveau’s die door de toeschouwer ontdekt of “gelezen” kunnen worden. Ook hier in deze presentatie is deze formule duidelijk te herkennen. De plaasteren sculpturen zijn geïnspireerd op votiefbeelden afkomstig uit de vroegste beschavingen uit het antieke Midden-Oosten. Dergelijke originele votiefbeelden zijn opgenomen in de collecties van de grote, klassieke kunsthistorische musea in Europa. Sven ’t Jolle stelt de aanwezigheid van deze beelden in de musea en bij uitbreiding de onrechtmatige toe-eigening van cultureel erfgoed van niet-Europese volkeren door de westerse musea in vraag. Niet alleen in de 19e en begin 20e eeuw verwierven de grote Europese musea een onschatbare rijkdom aan collecties door het archeologisch of koloniaal leegplunderen van landen uit het Midden-Oosten. Ook nu nog is de ‘verblijfsvergunning’ van cultureel erfgoed in buitenlandse musea problematisch en actueel.

Gezien de beelden op onrechtmatige wijze ontvreemd werden uit hun land van origine en niet over geldige papieren beschikken, duidt Sven ’t Jolle ze symbolisch aan als “sans-papiers”. Daarenboven verwijst hij met de term ook naar de oudste vorm van het schrift: het papierloos spijkerschrift. De oudste (ons bekende) primitieve inscripties in aardewerk ontstonden in Harrapa, in de Indus-vallei (het huidige Pakistan). De Indus-beschaving wordt gekenmerkt door de afwezigheid van grote klassenverschillen en de afwezigheid van het uitgebreid etaleren van rijkdom door de heersers. Het was een vreedzame beschaving waar de volkeren kunst maakte en deze verwerkte in werken in steen. Onafhankelijk daarvan ontstond bij de Soemeriërs, in het huidige Irak, ook een spijkerschrift op kleitabletten. Vertrekkend vanuit deze historische achtergrond legt Sven ’t Jolle de link naar de actuele problematiek van de “sans-papiers” of “mensen zonder papieren”. De term “sans-papiers” ontstond midden jaren negentig in de Franstalige pers, toen er aan het gewelddadig ontruimen van kerken waar illegale vluchtelingen een toevlucht zochten enorm veel media-aandacht werd geschonken. Voorheen gebruikte men de term “illegalen” (clandestants), een woord met een negatieve bijklank. “Sans-papiers” is een veel menselijkere term. Het geeft de asielzoekers een eigen gezicht en een eigen verhaal.

De antropomorfe beelden van Sven ’t Jolle sluiten hier dan ook symbolisch goed bij aan. Zij bewegen ons ook tot nadenken over de beeldvorming van asielzoekers in de media. De kunstenaar verzet zich op autonome manier tegen de gangbare praktijken van het uitwijzingsbeleid in Fort Europa. We kunnen hierbij refereren naar het werk van Sven ‘t Jolle ‘Qalaat Europa, Klein Kasteeltje’ (1993) uit de collectie van het SMAK. De beelden van Sven ’t Jolle zijn als stemversterkers voor de naamloze mensen die in de negatieve spiraal van de globalisering verdrongen worden naar de afgrond van de maatschappij. Niet toevallig wordt specifiek verwezen naar de regio van het Midden-Oosten die enerzijds moeilijk toegankelijk is voor Europeanen en van waaruit anderzijds ook een grote vluchtelingenstroom op gang is gekomen. Naast de sculpturen worden ook tekeningen getoond. Het zijn fotokopieën uit schetsboeken van de kunstenaar. Zij vormen de neerslag van het onderzoek van de kunstenaar naar de verwantschap tussen eeuwenoude beeldtaal en de mogelijkheden tot toepassing ervan in actuele media (zoals stripverhalen en animatiefilms). Zij vormen als het ware een soort storyboards. De votiefbeeldjes die hier als inspiratiebron dienden, stammen eigenlijk uit “de kindertijd van de mensheid”. In die “primaire” beeldtaal zitten volgens de kunstenaar namelijk archetypische elementen die ook nu nog aanspreken. Het zijn erg bescheiden elementen, in tegenstelling tot de enorme mogelijkheden die zij bieden. Sven ‘t Jolle wil die rijkdom aan mogelijkheden van expressie in hun vormentaal terug onder de aandacht brengen. Hij is in zijn werkproces vaak op zoek naar dergelijke directe, niet-gesofisticeerde beelden die een breed publiek kunnen aanspreken. De beelden hier gepresenteerd, werden eerst vervaardigd uit klei, en dan in plaaster gegoten, vermengd met pigmenten. Uit het werken met klei spreekt die directheid. Werken met klei is voor de kunstenaar het equivalent van tekenen met potlood. Het zijn in hun oer-eenvoud de meest pure basistechnieken die kunstenaars al door de eeuwen heen gebruiken om zich uit te drukken, en toch blijven ze sterk actueel.

  Meer over Sven ‘t Jolle