Mark Manders .The Absence of Mark Manders

13.12 tot 22.02.2009

Mark Manders heeft met zijn recente deelname aan de 24ste Biënnale van São Paulo (1998), de Biënnale in Venetië (2001) en Documenta 11 in Kassel (2002) een zeer markante en autonome plaats verworven in de internationale wereld van de sculpturaal werkende kunstenaars. Zijn carrière begon al in 1986, het jaar waarin hij het werk ‘Self Portrait as a building’, creëerde, één van dé sleutelwerken uit zijn oeuvre. Alles wat Mark Manders daarna maakte, is op te vatten binnen dit idee van het zelfportret als gebouw, en als poging om het eigen menselijke bestaan en zijn eigen biografische herinneringen en gevoelens te vertalen naar woordeloze, associatieve herinneringsruimtes of –installaties. Dit concept van de ‘ik’ als architectuur, als gebouw, resulteert bij Mark Manders in een kunst die sculptuur begrijpt als een ruimtelijke materialisering van zeer persoonlijke – en soms abstracte – gedachten, gevoelens en emoties. Uiteraard is Manders ervoor beducht om zijn poëtische ik niet volledig te laten samenvallen met de ware, autobiografische Mark Manders, maar tegelijkertijd kan die laatste niet volledig los gezien worden. Het gaat in de installaties van Mark Manders steeds om een paradoxaal evenwicht: de constructie van een zelfportret dat zich slechts kan tonen in een meer universele beeldtaal, die het hyperpersoonlijke overstijgt. De schoorstenen, gemetselde muren, meer dan levensgrote ratten, stoelen, kranten en een verzameling kleine persoonlijke voorwerpen vormen samen een soort van ‘still lives with broken moments’, als het ware een kunst die aan de tijd onttrokken lijkt te zijn. Manders zoekt in zijn werk net dat punt op waarop het radicaal persoonlijke aspect van zijn bijna altijd handgemaakte sculpturen helemaal tot zichzelf komt, maar tegelijkertijd – als een radicaal zelfportret – ook een meer algemene betekenis krijgt. In als deze steeds uitdeinende ‘ik’ruimtes van Manders ontstaat stilaan een encyclopedie van melancholieke en soms angstaanjagende idee- en herinneringsarchitecturen van een soort spookachtig zelfbeeld. Qua sfeer vertonen vele van zijn installaties dan ook sterke linken met de zogenaamde ‘Gothic-literatuur’ uit de negentiende eeuw, waar schrijvers als Edgar Allan Poe en Alfred Kubin de bekendste adepten van zijn. In Manders’ volledig uit gedachten opgebouwde ruimtes, vol echo’s en weerkaatsingen, beginnen ‘aanwezigheid’ en ‘verdwijning’ samen een fascinerend parcours ergens tussen droom en nachtmerrie, dwars door een wereld vol raadsels en paradoxen. Manders’ sculpturen functioneren als het ware als driedimensionale foto’s, die zich via het netvlies in het hoofd van de beschouwer nestelen, en daar bijna als nabeeld doorwerken. Eigenlijk kan de toeschouwer in de sculpturen van Manders ook zélf steeds iets herkennen, iets wat hij niet direct kan duiden, maar toch op de een of andere manier al meegemaakt, gevoeld of gedacht heeft. Het feit dat Manders zijn installaties net ver genoeg uit de normaliteit duwt dat ze ons vreemd en tegelijkertijd vertrouwd overkomen, maakt de echte subtiliteit uit van zijn artistieke aanpak, waarin het niet gaat om sensatie, schokeffecten en het grote gebaar, maar om een soort precisie op het vlak van verstilling, het onbepaalbare en het onbestemde. Voor deze tentoonstelling, ‘The Absence of Mark Manders’ – zijn tot dusver omvangrijkste presentatie – heeft Manders nieuwe centrale installaties en sculpturen gemaakt, die worden aangevuld met werk uit de periode 1990 tot en met 2007. Ook zullen er nog een aantal oudere installaties te zien zijn die nog nooit eerder geëxposeerd werden. Het S.M.A.K. is voor deze presentatie een samenwerking aangegaan met De Kunstverein Hannover, de Bergen Kunsthall en het Kunsthaus Zürich. Er is intensief samengewerkt met Mark Manders, Roger Willems (Roma Publications) en de Mondriaan Stichting.

  Meer over Mark Manders
Meer informatie: