.Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ‘68

13.09 tot 15.03.2015

Dit onderzoeksproject werd opgestart 2012 en resulteert in een presentatie over de tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ’68’, die in 1980 door Jan Hoet werd georganiseerd.  Werken van kunstenaars zoals Hanne Darboven, Jannis Kounellis, Luciano Fabro en Art & Language uit de oorspronkelijke tentoonstelling worden gecombineerd met archiefmateriaal en fotografische documentatie in een door de Brusselse kunstenaar Richard Venlet gerealiseerde scenografie. Naar aanleiding van het overlijden van Jan Hoet begin 2014, draagt S.M.A.K. dit project op aan de stichtend directeur van het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent.

Het belang van de tentoonstelling ‘Kunst in Europa na ’68’ in 1980

Met ‘Kunst in Europa na ‘68’ organiseerde Jan Hoet tijdens de zomer van 1980 een tentoonstelling met internationale uitstraling in het toenmalige Museum van Hedendaagse Kunst en in de Sint-Pieters Abdij in Gent. De selectieprocedure voor de deelnemende kunstenaars ging via een internationale jury, waarin behalve Jan Hoet zelf ook figuren als Johannes Cladders, Piet van Daalen en Karel Geirlandt zetelden. Voor het eerst werd ook de Europese kunst tegen het licht van de overheersende Amerikaanse minimal art gehouden. Jan Hoet startte tijdens dit project via de kunstwerken van Barry Flanagan en Daniël Buren ook de Gentse traditie van hedendaagse kunst in de openbare ruimte op, die over Chambres d’amis (1986) tot vandaag in S.M.A.K. via projecten als Over the Edges (2002) en TRACK (2012) levendig gehouden werd. 

Behalve op de bekendheid van het museum had ‘Kunst in Europa na ‘68’ ook een grote invloed op de aangroei en de betekenis van de collectie. Voor het eerst beschikte Hoet over middelen om de collectie substantieel vorm te geven door de verwerving van belangrijke werken als Panamarenko’s The Aeromodeller, Joseph Beuys’ Wirtschaftswerte en topstukken uit de Italiaanse Arte Povera. Het belang van deze sleutelwerken vormde de aanleiding voor verdiepend onderzoek naar de betekenis van de tentoonstelling Kunst in Europa na ’68 voor de collectie van S.M.A.K. en bij uitbreiding voor de Belgisch kunstgeschiedenis.

De tentoonstelling ‘Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ‘68’ nu in S.M.A.K.

De tentoonstelling neemt dit onderzoek als uitgangspunt en zal aan de hand van een aantal belangrijke collectiestukken en een selectie aan archief- en documentatiemateriaal (het ontstaan van) de tentoonstelling en haar belang voor de collectie in kaart brengen. Dankzij de talrijke documenten, brieven, foto’s, verslagen, audiovisuele fragmenten, ontwerpschetsen, plannen enzovoort uit het eigen museumarchief en uit externe archieven, kon het verhaal van deze cruciale periode in de geschiedenis van het museum gereconstrueerd worden. 

Het inhoudelijke onderzoek vormt ook de basis van de tentoonstelling Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68. Eerder dan een re-enactmentproject zal deze expo aan de hand van documentair materiaal een kritisch overzicht brengen van de context en de inhoud van Kunst in Europa na ’68.

De deelnemende kunstenaars voor 'Kunst in Europa na ’68' in 1980 waren: Art & Language, Joseph Beuys, Christian Boltanski, Marcel Broodthaers, Stanley Brouwn, Daniël Buren, Victor Burgin, Tony Cragg, The Red Crayola, Hanne Darboven, Jan Dibbets, Braco Dimitrijevic, Luciano Fabro, Hans Peter Feldmann, Barry Flanagan, Gilbert & George, Hans Haacke, Imi Knoebel, Jannis Kounellis, Richard Long, Mario Merz, Panamarenko, Giulio Paolini, Anne & Patrick Poirier, Gerry Schum, Jean Luc Vilmouth, Ger Van Elk en Gilberto Zorio.

'Collectieonderzoek I' was het project 'Inside Installations' (2010) en 'Collectieonderzoek II' liep als tentoonstelling onder de noemer 'Museum for a Small City' (2013) met als curator kunstenaar Richard Venlet. 

Philippe Van Cauteren over Richard Venlets bijdrage aan de tentoonstelling

“Richard Venlet (°1964, Hamilton, Australië) onderzoekt hoe en binnen welke context kunst wordt gepresenteerd en hoe dit de ervaring van de kijker mee bepaalt. Hij bevraagt de museale ruimte en de architectuur van het kijken. Zijn analyse openbaart zich niet als institutionele kritiek zoals we die kennen uit de jaren ’60 en ’70, maar vertrekt vanuit fascinatie en respect voor de kunst en het kunstwerk. In zijn contextuele installaties – we kunnen maar zeer zelden van een autonoom kunstwerk spreken – betrekt de kunstenaar naast kunstwerken ook geregeld archiefstukken, documenten en tentoonstellingsmateriaal.

Voor S.M.A.K. realiseerde Venlet in 2006 de ruimtelijke presentatie van het onderzoeksproject ‘Recollecting Landscapes’ en meer recent, in 2013-’14, werkte hij voor zijn tentoonstelling ‘Museum for a Small City’ met een selectie uit de collectie en het archief van het museum. De samenwerking van S.M.A.K. met de kunstenaar voor de scenografie van ‘Collectieonderzoek III: Kunst in Europa na ’68’ is een voortzetting van deze projecten. Venlets belangstelling in museumcollecties en hun historiek gaat dit keer hand in hand met de vraag hoe ‘Kunst in Europa na ‘68’ (1980), een belangrijke tentoonstelling uit de geschiedenis van S.M.A.K., op een interessante en boeiende manier geactiveerd en publiek gemaakt kan worden.

Voor de vormgeving van de huidige tentoonstelling gebruikte de kunstenaar als readymade en sjabloon de grafische identiteit van de oorspronkelijke tentoonstelling, die vanuit de vorm van een driehoek vertrekt. In plaats van de scenografie van ‘Kunst in Europa na ‘68’ te reconstrueren, zocht hij naar een oplossing om het opzet, het documentaire en het artistieke karakter van de huidige presentatie zichtbaar te maken. Richard Venlets ingreep is zichtbaar en voelbaar, maar verhoudt zich tegelijk discreet en respectvol tot de getoonde kunstwerken”.

Publiek programma

De tentoonstelling zal begeleid worden door een publicatie over het onderzoeksproject en een inhoudelijk publiek programma waarin Koen Brams en Dirk Pültau als kenners van de het museum en de collectie verschillende aspecten zullen uitdiepen aan de hand van interviews, lezingen of debatten. Een ander deel van het publiek programma zal worden gelinkt aan de tentoonstelling 'De Zee', die dit najaar als eerbetoon aan Jan Hoet in Oostende (via Mu.ZEE) zal plaatsvinden. Meer informatie over het publieke programma volgt later op deze website.

Ga met je kinderen op ontdekkingstocht in het museum; Op speelse wijze verdiep je je in de bijzondere kunstwerken van de kunstenaar. Je beantwoordt vragen en je wordt uitgedaagd om (soms vreemde) dingen te doen in de museumzaal. Daar bovenop krijg je veel informatie en weetjes over de lopende tentoonstelling en de kunstwerken. Klik hier om het 'ontdekkingstochtboekje' te downloadenen beleef samen met jouw kinderen een unieke dag in S.M.A.K.

Deelnemende kunstenaars:
Gilberto Zorio, Ger van Elk, Jean Luc Vilmouth, Gerry Schum, Anne Poirier, Patrick Poirier, Giulio Paolini, Panamarenko, Mario Merz, Richard Long, Jannis Kounellis, Imi Knoebel, Hans Haacke, Gilbert & George, Barry Flanagan, Hans Peter Feldmann, Luciano Fabro, Braco Dimitrijevic, Jan Dibbets, Hanne Darboven, The Red Crayola, Tony Cragg, Victor Burgin, Daniel Buren, Stanley Brouwn, Marcel Broodthaers, Christian Boltanski, Joseph Beuys, Art & Language