Robert Devriendt

Robert Devriendt ziet kunst als een oneindig gesprek vol herhalingen, ontkenningen, nuances. Er wordt voortdurend opnieuw gedefinieerd. Een schilderij is nooit af. Dat geldt vooreerst voor de maker, wiens lot het is steeds nieuwe beelden te maken en altijd opnieuw over de dingen te denken, ze in een andere context te zien, of op zijn minst andere en wisselende betekenissen toe te laten. Verschillende keren hetzelfde schilderen kan het leven een structuur geven, maar het kan ook dwingend worden. De onuitputtelijkheid van het schilderij geldt evenzeer voor de toeschouwer die door de schilder opgeroepen wordt zijn werk af te maken. Het schilderij is volgens Devriendt, net als het woord, de tekst of het gebaar, zelf niet zo belangrijk, wel hoe het geïnterpreteerd wordt, wat er gebeurt tussen het werk en de toeschouwer. Robert Devriendt beseft dat, wanneer je de waarneming problematiseert, je niet alleen ziet wat zich voor je bevindt. Je wordt je eveneens bewust dat je er deel van uitmaakt. Wanneer je langdurig of net iets te lang naar iets kijkt, voel je ook dat alles in essentie abstract is. Indien je voortdurend de werkelijkheid zo nauwgezet zou aftasten, bleef je aan alles haperen. Voor Devriendt is het opgezette dier een metafoor voor het schilderij: iets waar men zich even in verliest en dat zich voor even als iets levendigs aan ons opdringt. Even later valt men terug in de ‘werkelijkheid’. Devriendt vraagt zich af wat de motieven van de taxidermist zijn. Zijn schilderijen gaan altijd - en dat geldt voor heel zijn oeuvre - over dat grensgebied, over het moment en de plaats dat verf iets wordt - of, omkeerbaar, ophoudt iets te zijn. Op die grens zie je het gevecht van materie en beeld. De huid van het opgezette dier en de huid van de verf vallen samen op het schilderij. Zijn schilderijen van opgezette dieren zijn illusies van illusies.
geboortejaar en -plaats: , Brugge (België)

Meer werk van

Publicaties