.Over The Edges

01.04 tot 30.06.2000

Er zijn vele manieren om de tijdelijke locatieprojecten die het museum de voorbije decennia lanceerde of mee-organiseerde te omschrijven maar er is maar één concreet vertrekpunt.

Chambres d’Amis in 1986, een extra-muros tentoonstelling die bestond uit een hele reeks interventies van internationale kunstenaars in privé-huizen in de stad Gent. Een expositie die zich als een gigantische slang doorheen de stad slingerde en hier en daar al dan niet tastbare sporen naliet. Sindsdien heeft het museum regelmatig kunstmanifestaties buiten het eigenlijke museumgebouw opgezet maar Chambres d’Amis behoudt in vele opzichten een voorbeeldfunctie, het blijft een soort ijkpunt. Dit impliceert geenszins dat het basisconcept niet voor verandering en uitbreiding vatbaar is. Het tegendeel wordt bewezen met Over the Edges, een project dat in wezen een verderzetting en een expansie is van het idee dat ten grondslag lag aan Chambres d’Amis. Met dit wezenlijke verschil: de misschien wel te intense gefixeerdheid op de private ruimte wordt weggewerkt. Het accent ligt niet langer op wat zich binnenshuis afspeelt, op kunst die in de woonkamer, traphal of keuken infiltreert en daar een eigen plaats verwerft. De nadruk ligt dit keer op de openbare ruimte die met en door meer dan vijftig locatiegebonden werken een nieuwe injectie van vitaliteit krijgt. Die nieuwe dynamiek vertrekt vanuit de hoeken van de stad. Hoeken die tegelijkertijd opening en transitiezone zijn, een overgang markeren, een oponthoud veroorzaken en duidelijke gearticuleerde referentiepunten voor oriëntatie zijn. Een in-situ tentoonstelling opzetten in een stad die een of meerdere musea telt, is altijd een uitdaging. Het is een dubbele uitdaging om zo\'n locatieproject op te starten in een historische stad waar elk gebouw op zich al een monument is, een soort kunstwerk. Er wordt immers gezinspeeld op de grens tussen privaat en publiek, \'hiding\' en \'exposure\', architectuur en stedenbouw. Belangrijker nog dan dit aftasten van grenzen is de bijna experimentele, proefondervindelijke manier waarop wordt nagegaan hoe kunst in een stad kan functioneren. Het museum, als instituut en presentatieruimte, stelt zichzelf op die manier in vraag. Veel meer dan een geheel van toonzalen wordt het een reflectiebasis van waaruit kunstwerken de confrontatie aangaan met de plaats van waaruit de impulsen komen. Een schilderij of een ander kunstwerk is immers niet alleen object maar ook een actief subject dat interactief is met de context, met het leven dat zich buiten het de muren van de museale instelling afspeelt. In de inleiding van het in 1999 uitgebrachte essayistisch-polemische boek Moderne leegte, over kunst en openbaarheid\' schrijft de Nederlandse kunsthistoricus en publicist Camiel Van Winkel dat er tussen de ruimte van het museum en de ruimte van de openbaarheid geen enkel fundamenteel onderscheid bestaat. \"Het museum is slechts de culminatie van een publieke sfeer waartoe beeldende kunstenaars, of ze het willen of niet , veroordeeld zijn.\" Zo radicaal willen wij het niet stellen, in onze optiek is het museum een plaats waar een veelheid aan tendensen uit het domein van de beeldende kunst convergeren, geconsolideerd èn ondervraagd worden. Het museum is geen terminal maar een instrument, een middel om verder te zoeken naar de functie van kunst in een steeds sneller evoluerende maatschappij.

Een project als Over the Edges sluit hier uitstekend bij aan omdat er een tweerichtingsverkeer op gang wordt gebracht tussen het museum, als instelling waar kunst wordt getoond en bewaard, en de stad. De dialoog tussen “nieuwe” kunst en oude architectuur wordt aangezwengeld en er worden sociale netwerken tot stand gebracht die de interactie tussen museum, stadsbewoners en de werkelijkheid van alledag een nieuwe impuls geven. Veel meer dan een afgerond project dat gericht is op een definitief eindresultaat is Over the Edges veeleer een proces. Een communicatieproces met als codewoorden openheid en directheid, onmiddellijkheid en toegankelijkheid. De kijker-passant die door de stad kuiert, wordt uitgenodigd om aan elke ingreep of werk, die hij of zij bewust gaat opzoeken of toevallig ontdekt, een eigen invulling of betekenis te geven.. Hij of zij hoeft niet in afzondering kennis te maken met het werk maar kan dat doen in het gezelschap van anderen. De individuele ervaring van het kunstwerk wordt ingebed in een meer algemene beleving van de stedelijke omgeving. Bovendien kan de verspreide opstelling in het stadscentrum ervoor zorgen dat een nieuw segment van het publiek gesensibiliseerd wordt. Diegenen die zich tot nog toe niet waagden aan een museumbezoek, worden onverwacht en misschien wel ongewild geconfronteerd met een werk dat in het stadsweefsel is geïntegreerd. Dat kan uiteenlopende reacties oproepen, waardering maar ook afkeuring. Het meest essentiële hierbij is dat er wordt gepraat en nagedacht over wat er te zien is. De gevolgen daarvan kunnen alleen maar productief zijn. De gevoeligheid voor wat beeldend en actueel is wordt uitgebreid. Het debat over hedendaagse kunst wordt verruimd naar een niet-gespecialiseerd publiek toe. Het opzetten van dit soort manifestaties is nochtans niet zonder gevaar. Het risico dat het een groots opgezette kunstshow wordt, een spektakel met veel toeters en bellen, luidruchtig maar inhoudsloos, populistisch en ludiek maar nietszeggend, is re‘el aanwezig. Dat gevaar kan alleen ondervangen worden door de keuze voor kunstenaars die werk brengen dat èn appelleert èn kwalitatief hoogstaand is. De keuze voor kunstwerken die nergens verworden tot decoratieve omgevingskunst maar die daarentegen inspelen op de context in de meest brede zin van het woord. De werken die in het kader van Over the Edges werden gerealiseerd balanceren op de rand van integratie en contrast. Ze enten zich op het stedelijke milieu, vergroeien er gedeeltelijk mee en bewaren toch hun autonomie en eigenheid. Ze veroorzaken een tijdelijk “oponthoud” waarin gekeken wordt en geïnterpreteerd, aandacht wordt besteed aan hoeken en kanten van de stad die doorgaans misschien niet eens opgemerkt worden. Over the Edges kan aantonen dat kunst niet alleen een motor is, een katalysator die ontwikkelingen versnelt maar ook een rustpunt, een soort momentane stilstand die nodig is om het denken aan te scherpen. “En Keizer Karel dan ?”, vraagt u zich ongetwijfeld af. “Wat heeft deze historische figuur met dit alles te maken ?” Een antwoord op deze vraag is meerledig en misschien wel ambigu. Karel V was voor ons zowel vertrekpunt als open vraag, aanleiding en alibi om de stad van vandaag, en niet die van gisteren, in de kijker te plaatsen. De historische werkelijkheid vormt immers het substratum van de actuele realiteit.

De stad zoals ze nu is, draagt de “imprint” van de stad zoals ze vroeger was, heden en verleden interageren onophoudelijk. Er werd niet gekozen voor mythe en geschiedenis maar wel voor verandering en metamorfose. Niet voor een kijktentoonstelling waarbij de figuur van Karel omstandig gecelebreerd wordt en waarbij beelden en informatie vanuit punt A naar punt B worden gestuurd maar wel voor een interactief gebeuren dat de dialoog tussen kunstenaar en bewoner, de stad en het geïntegreerde kunstwerk, het nu en de geschiedenis versterkt. We hopen dan ook dat Over the Edges een breed spectrum aan gevoelens zal oproepen. Reacties pro en reacties contra, provocaties en positieve sensaties. Een gamma aan emoties dat even rijk en verscheiden zal zijn als het scala aan emoties dat door de daden en de persoonlijkheid van Karel V werd opgeroepen. In essentie is Over the Edges dan ook een aanzet tot het aanboren van een nieuwe potentieel. Het exploreren van nieuwe mogelijkheden en dit zowel voor de stad en het museum als voor de kunst, in de hoedanigheid van abstractum en gebeurtenis. De impact van het project zal niet beperkt blijven tot een aantal permanente ingrepen. Over the Edges zal ongetwijfeld een intensiteit veroorzaken die ook na de finissage blijft natrillen, onderhuids misschien en onzichtbaar maar daarom niet minder krachtig. Informatie Uit het raam van een klein huis in het centrum van Gent komen luide stemmen. Vanuit ditzelfde raam vliegen witte porseleinen borden om je oren. Als toevallige voorbij-ganger krijg je het idee getuige te zijn van een vechtend echtpaar en geeft de stapel scherven op straat het gevoel dat deze ruzie al weken aan de gang is. In werkelijkheid gaat het hier echter om een werk van de Franse kunstenaar Patrick Lebret, één van de vijfenvijftig kunstenaars van de tentoonstelling ‘Over the Edges’. Toen Jan Hoet een aantal jaren geleden werd gevraagd om een hedendaags luik binnen de Keizer Karel activiteiten te organiseren kreeg het idee voor een tentoonstelling in en over het centrum van Gent vorm. De kunstenaar zou volgens conservator Jan Hoet en co-curator Giacinto Di Pietrantonio als geen ander in staat zijn om de structuur en de rijkdom van een stad te onderstrepen. Zo zet de Amerikaanse kunstenaar BrianTolle een gevel aan de Korenlei opnieuw in de kijker. Voor de bestaande 16e eeuwse façade is een wand geïnstalleerd. Deze wand geeft de zeer gedetailleerde weerspiegeling van de gevel in het water weer. Jan Hoet Giacinto Di Pietrantonio ‘Over the Edges’, letterlijk vertaald over de grenzen, heeft de hoek, ‘de grens tussen interieur en exterieur tussen binnen en buiten tussen privé en publiek’ als vertrekpunt. De hoeken zijn de structurele accenten van de stad. In het oude stadscentrum, dat uniek is door de geschiedenis die het meedraagt, functioneren de hoeken van huizen en straten als referentiepunten voor de oriëntatie in de stad. Zo geven op drie hoeken verspreid doorheen het centrum zeer realistisch ogende kunststof blinde geleide honden van de Amerikaanse kunstenaar Tony Matelli de richting aan. Aan de centrale ingang van de Sint-Baafskathedraal zullen van begin april tot eind juni vanaf een overdekt podium met enige regelmaat dichters, muzikanten en vuurspuwers optreden. Het zwarte podium is de bijdrage van de Vlaamse kunstenaar Thierry De Cordier. Met zijn ‘Chantoir’ wil de kunstenaar enerzijds een werk maken dat de bezoeker uitdaagt om actief deel te nemen aan de tentoonstelling. Anderzijds refereert hij direct naar de geschiedenis van de locatie, naar de tijd dat de kerken de kern vormden van een groot aantal economische en sociale functies. Giuseppe Gabellone heeft niet één hoek als uitgangspunt genomen maar vertrekt vanuit het complexe stratenpatroon waarbij de hoek gezien wordt als het punt waar verschillende straten elkaar ontmoeten. Dit patroon heeft hij omgezet in een box van een meter vijftig op een meter vijftig. Het werk wordt in een binnenlocatie getoond . De invulling van het concept van de hoek heeft altijd volledig in handen van de kunstenaars gelegen; zij hebben zelf een locatie binnen de kuip van Gent gekozen en hadden hierbij volledige artistieke vrijheid.

De kunstenaars zijn in groepen, verspreid over twee jaar naar Gent gekomen om de stad te leren kennen en hun visie op Gent om te zetten in een bijdrage aan de tentoonstelling. Op voorhand is niet vastgelegd dat de werken aan de buitenzijde van de hoek moesten plaatsvinden. Er zijn zowel binnen- en buitenshuis interventies van de kunstenaars terug te vinden. ‘Over the Edges’ is vanuit het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst ontwikkeld en tot stand gekomen. Deze relatie wordt ook in de tentoonstelling onderstreept. Zo zullen er twee verkoop- en informatie punten zijn, één in de stad en één in het S.M.A.K. Hier worden tickets met een daaraan gekoppeld tentoonstellingsplan verkocht. Op dit plan is naast de locaties ook een korte beschrijving van alle werken te vinden. Het ticket geeft zowel toegang tot de binnenlocaties van de tentoonstelling als tot het museum. Tijdens de duur van de tentoonstelling is er in het museum. een ruimte met de ontwerpen, schetsen en modellen van de deelnemende kunstenaars. Tussen het S.M.A.K. en de stad zal een taxi rijden. Thaise ‘taxi-kunstenaar’ Navin Rawanchaikul zorgt dat met zijn bijdrage een unieke verbinding tussen stad en museum onstaat. Voor de bezoeker die zijn tocht langs de werken vanuit de stad wil beginnen is er in de historische kuip volop gelegenheid om meer informatie te krijgen en een ticket te kopen. De Spaanse kunstenaar Angel Vergara geeft met zijn project ‘Meeting Point’ dat bestaat uit verschillende informatie-en ontmoetingspunten het tentoonstellingsparcours een zekere continuïteit. Voor deze punten maakt hij gebruik van het materieel van het Belgische leger. Hiermee wordt de stad gedurende de maanden april tot en met juni niet alleen bezet door de kunstwerken, maar wordt deze bezetting als het ware ondersteund en versterkt door het leger.

Deelnemende kunstenaars:
Michael Ross, Mario Airo, Vedova Mazzei, Hubertus & Jan Van Eyck, Keith Tyson, Brain Tolle, Kiki Smith, Ugo Rondinone, Rita McBride, Tony Matelli, Patrick Lebret, Dimitris Kozaris, Stefan Kern, Fabrice Gygi, Guiseppe Gabellone, Nicolas Floc’h, Belu-Simion Fainaru, Eva und Adele, Olafur Eliasson, Tom Claassen, Maurizio Cattelan, Marco Boggio Sella, Kcho, Gert Robijns, Sisley Xhafa, Emilio Lopez-Menchero, Maria Nordman, John Körmeling, Philippe Ramette, Haim Steinbach, Navin Rawanchaikul, Jonathan Horowitz, Alicia Framis, Pipilotti Rist, Alberto Garutti, Carsten Höller, Michelangelo Pistoletto, Juan Muñoz, Bernd Lohaus, Joseph Kosuth, Ilya Kabakov, David Hammons, Jimmie Durham, Honoré d’O, Wim Delvoye, Simone Berti, Masato Kobayashi, Huang Yong Ping, Angel Vergara, Peter De Cupere, Avery T.C. Preesman, Joep Van Lieshout, Guo-Qiang Cai, Thierry De Cordier, Jan Fabre, Dirk Braeckman