Berlinde De Bruyckere .Biennale di Venezia – Paviljoen van België in Venetië

01.06 tot 24.11.2013

Kunstenares Berlinde De Bruyckere (°1964, Gent) werd door Vlaams Minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege aangeduid als Belgische afgevaardigde voor de 55ste Biennale di Venezia 2013.

Voor het Belgisch paviljoen in Venetië creëert De Bruyckere een nieuw werk, geïnspireerd op de stad Venetië, de figuur van Sint-Sebastiaan en haar correspondentie met de Zuid-Afrikaanse auteur John Coetzee, die zij ook uitnodigde als curator van de tentoonstelling. Philippe Van Cauteren, artistiek directeur van S.M.A.K., treedt op als co-curator. S.M.A.K. is verantwoordelijk voor de organisatie van het project. Kreupelhout – Cripplewood Berlinde De Bruyckere toont in het Paviljoen van België op de 55ste editie van de Biënnale van Venetië een nieuw in situ werk dat pleit voor verborgen schoonheid: ‘Kreupelhout – Cripplewood’. Het is een ruimtevullende installatie waarin zij terug grijpt naar de oermotieven die, van bij het begin, haar oeuvre beheersen: leven en dood, eros en thanatos, kracht en kwetsbaarheid, beklemming en bescherming, verlangen en lijden, eenzaamheid en eenwording. Ook wijkt zij niet af van haar gebruikelijke werkwijze: het afgieten van natuurlijke lichamen op ware grootte. Geen dieren of mensen ditmaal maar bomen: de imposante, knoestige stronk van een dode olm en een partij vezelige, schorsloze stammen en takken. De gietvormen schildert zij in met rode en blauwige was - haar kleurpalet van de menselijke anatomie -, en vult ze met dunne lagen melkwitte was. Het resultaat zijn fragiele afgietsels van kreupelig hout met een verontrustende menselijke morfologie. Nadien legt ze de wassen bomen neer en vervormt ze tot een geabstraheerde, massale bundel van vlezige spieren, pezen en botten waarin het bloed en de aders, de uitstulpingen van de kwetsuren doorschemeren. Met grote kussens als (ver)zachte(nde) elementen ondersteunt en beschermt zij het tentoongespreide lichaam. De metamorfose van mens in boom of van boom in mens is zichtbaar maar ingehouden, nog niet voltrokken.

De samenwerking met J.M. Coetzee

Berlinde De Bruyckere ziet haar bijdrage aan de Biënnale van Venetië als een opdracht die tot een goed einde moet worden gebracht; een in te lossen verwachting die van de maker vraagt dat zij zich verdiept in de gegeven context en deze vertaalt in een complex, gelaagd beeld. Om haar te begeleiden bij deze opdracht, nodigt zij de Zuid-Afrikaans auteur en Nobelprijswinnaar voor de literatuur J.M. Coetzee uit. “Niet om mij te helpen met artistieke keuzes of praktische beslommeringen”, schrijft ze hem, “maar als bron van inspiratie (…). Voor mij zit hierin ook de opdracht naar jou toe (als curator); mij iets te geven wat me moet voeden, wat ik kan verteren. Uitspuwen”. J.M. Coetzee en Berlinde De Bruyckere kennen elkaar al langer en bewonderen elkaars werk. Vorig jaar werkten zij samen aan de publicatie ‘We are All Flesh’. De Bruyckere herlas het volledige werk van Coetzee, kopieerde passages die haar aantrokken, schikte ze per thema en plakte ze in een collage. Ze deed hetzelfde met haar werk, hakte details uit beeldmateriaal en legde ze bij de teksten. Zij stuurde alles aan hem door. Hij reageerde. “Geleidelijk aan ontdekte ik, aangevuld door onze correspondentie, meer en meer verbanden tussen zijn werk en het mijne”, zegt ze hierover: “Het doden van dieren, de ingetogenheid, de pijn, de aanwezigheid van de wonde en het litteken (….). In al mijn werk zit subtiel, zijn woord.” Coetzee schrijft in ‘IJzertijd’: “we kijken niet als de ziel het lichaam verlaat maar versluieren onze ogen achter tranen of bedekken ze met onze handen. We kijken niet naar littekens, wat plekken zijn waar de ziel uit alle macht geprobeerd heeft naar buiten te komen, maar is teruggeduwd, opgesloten, ingenaaid (…).”. De Bruyckere ziet dit als : “… mijn plek, ik ben degene die de ziel terugduwt, opsluit en innaait, niets verloren laat gaan. Ik maak de littekens zichtbaar, koester de littekens. Dit is mijn werkterrein. Op het moment dat de mens het opgeeft er te zijn.” Berlinde De Bruyckere vraagt van J.M. Coetzee geen beschouwing over haar werk, zoals dat gebruikelijk is bij curatoren en historici, maar eerder een parallelle tekst die hun twee werelden naast elkaar plaatst en, door die juxtapositie, verwantschappen zichtbaar maakt. Hij stuurt haar een verhaal dat nog niet in druk is verschenen : ‘The Old Woman and the Cats’. Zij verdiept zich erin en laat het meespelen in de totstandkoming van haar beeld. Daarnaast starten zij een correspondentie waarbij de kunstenaar nauwkeurig het creatieproces beschrijft en de auteur dit becommentarieert, het aanvult met associaties, suggesties, een nieuwe tekst bij de titel,.. en hierdoor het beeld mee vorm geeft. Doordat Coetzee aan de andere kant van de wereld woont, cirkelen zij rond het beeld met woorden. Helemaal anders is de complementaire samenwerking die Berlinde De Bruyckere uitbouwt met co-curator Philippe Van Cauteren, de artistiek directeur van S.M.A.K. Van Cauteren woont in Gent en maakt de creatie fysiek mee, in het atelier en in Venetië. Hun uitwisseling concentreert zich bijgevolg op het zichtbare, artistieke wordingsproces van het beeld en op de plaats die in het inneemt in haar oeuvre.

Sint-Sebastiaan

De vraag naar de betekenis van het maken van een hedendaags beeld in Venetië, een stad die sedert eeuwen kunst en cultuur ademt, beantwoordt Berlinde De Bruyckere met het incorporeren van de figuur van Sint-Sebastiaan. Geen enkele heilige werd in Venetië meer vereerd en vaker afgebeeld dan de met pijlen doorzeefde San Sebastiano. In een stad die herhaaldelijk getroffen werd door de zwarte dood is hij de pestheilige bij uitstek; hij die niet ontvankelijk is voor de goddelijke pijlen die, volgens de overlevering, de pest verspreiden. Berlinde De Bruyckere maakte zich tijdens diverse stadsbezoeken in het gezelschap van filosoof en Sebastiaan-kenner Herman Parret, de iconografie van Sint-Sebastiaan eigen als ook zijn rollen als martelaar, intercessor bij God, symbool voor Venetië en incarnatie van de mannelijke schoonheid (nuditas criminalis). Zij is uitermate gefascineerd door de mentale weerbaarheid van de figuur : “Ik houd van het personage om zijn koppigheid. De jonge officier in het Romeinse leger die wordt doodgemarteld omdat hij weigert het christelijke geloof af te zweren. De gelatenheid waarmee hij zijn lot ondergaat, de trots die hij blijft behouden. Nergens, nooit enige uitdrukking van pijn op zijn gezicht. Hij straalt een mengeling van schoonheid en zelfverachting uit. Een mystieke pijn. Zo voel ik het genot in het doorboren van het lichaam.” In de zoektocht naar de integratie van Sint-Sebastiaan in het nieuwe beeld, ontdekt Berlinde De Bruyckere de beweging van een gemarteld lichaam in de oude olm. Ontdaan van takken, armen en benen, en horizontaal uitgestrekt in de ruimte, lijkt de boom voor haar een lijf zonder ledematen, gedwongen in een keurslijf en gekwetst. De plaatsen waar takken zijn weggehaald vertonen sporen, wonden die littekens zijn geworden. Waar de schors is beschadigd, ontstaan sensuele plekken die lijken op naakte huid. Sint-Sebastiaan is niet meer aan de boom gebonden. Hij wordt de boom. De kracht van de imposante stronk staat voor zijn weerstandsvermogen. De takken die (rond de wonde) omwonden zijn met kussens, gemaakt van oude dekens en lakens, verwijzen naar de verzachtende omstandigheid van het bed, een uitdrukkingsvorm voor de wezenlijke gelatenheid en de aanvaarding. De rode, als met bloed doordrenkte stoffen, doen niet alleen denken aan de rode tinten in de schilderijen van de Venetiaanse meesters Bellini, Titiaan en Veronese maar verbeelden de laatste stootkracht van de levenssappen.

Venetië In het vroegere werk van Berlinde De Bruyckere zijn beeld en sokkel steeds met elkaar vergroeid. De beelden worden getoond op houten banken en in oude kasten, op plinten en krukjes die zij recupereert uit een andere wereld. Het zijn nutsobjecten met een voorgeschiedenis. Tegelijkertijd verhouden beeld en sokkel zich als een lamp en zijn fitting. Los van elkaar brengen ze geen energie voort. In het Paviljoen van België in Venetië past Berlinde De Bruyckere deze methode toe op grote schaal. “Ik pak het hele paviljoen aan op dezelfde manier als mijn objecten”, verduidelijkt zij. “Ik wil een gemoedstoestand creëren voor de beelden en voor de toeschouwer. De angst voor de pest in Venetië, die steeds terug kwam en in een paar dagen een groot deel van de bevolking uitroeide, vind je terug in de zwarte muren en vloerbedekking. De zwarte dood is iets groots dat vergeleken kan worden met de uitbraak van epidemieën, met aids, oorlogsrampen, ... van vandaag”. De muren van het paviljoen vertalen deze unheimliche angst. Zij zorgen ervoor dat de toeschouwer niet zomaar even de ruimte kan binnen- en buiten lopen. Wie het Paviljoen van België bezoekt wordt geconfronteerd met een vertraging. De architectuur heeft niks meer met de ‘lichtheid’ van de stad in de zomer te maken maar toont wat verscholen zit onder de waterspiegel. “De decadente Venetiaanse muren die de sporen dragen van hun verleden”, noemt De Bruyckere het; “opgezwollen door het water dat alsmaar dwingender wordt, door de stuwende kracht die zich door de verflagen heen een weg baant en ‘blaren’ vertoont. Het zijn muren die wenen te midden van een werk dat, in de woorden van J.M. Coetzee, “verlichting kan brengen, maar een verlichting die even diep als duister is”. Berlinde De Bruyckere wil dat haar werk troost biedt : “Vooral troost. Misschien zelfs alleen dat”.

De catalogus

De catalogus, uitgegeven door Mercatorfonds, maakt intrinsiek deel uit van de tentoonstelling. Het is een ‘artist book’ dat een afgewogen compositie biedt van woord en beeld. Een persoonlijke brief aan Berlinde De Bruyckere van Philippe Van Cauteren, het kortverhaal ‘The Old Woman and the Cats’ van J.M. Coetzee, een selectie uit de briefwisseling tussen Coetzee en De Bruyckere, de toelichting van Coetzee bij de titel en het essay van Herman Parret over Sint-Sebastiaan worden doorweven met beelden van het werk. Mirjam Devriendt, de vaste fotografe van Berlinde De Bruyckere maakt detailopnames op verschillende momenten van het creatieproces. Haar lens glijdt over het beeld, gaat op zoek naar merkwaardige structuren, een onverwachte compositie, minutieuze details, een subtiel kleurenpalet om vervolgens langzaam terug te wijken en de installatie op een grotere afstand te observeren. Een volledig overzicht van de installatie krijg je echter niet. Het oog van de toeschouwer kan de visuele rijkdom van het beeld in de realiteit immers ook niet vatten.

Technische fiche Berlinde De Bruyckere Kreupelhout – Cripplewood 2012 – 2013 was, epoxy, ijzer, textiel, touw, verf, gips, roofing 626 (h) x 1002 x 1686 cm Meer info - Klik hier voor meer informatie over het werk 'Kreupelhout - Cripplewood' - Website Paviljoen van België - Officiële website La Biennale di Venezia Meer over la Biennale di Venezia Op 01.06.2013 opende de 55ste Biënnale van Venetië haar deuren voor het publiek. Deze toonaangevende internationale kunsttentoonstelling wordt tweejaarlijks georganiseerd in Venetië. Meer dan vijftig landen worden vertegenwoordigd in hun eigen paviljoen in de Giardini of verspreid in de stad zelf. Daarnaast stelt curator Massimiliano Gioni de thematentoonstelling Il Palazzo Enciclopedico (The Encyclopedic Palace) voor in het centrale paviljoen in de Giardini en in de Arsenale. Onder de 150 uitgenodigde kunstenaars bevinden zich ook de Belgische kunstenaars Thierry De Cordier, Harald Thys en Jos de Gruyter, Patrick Van Caeckenbergh,… PERS Voor informatie over het werk en alle beelden, klik hier.

  Meer over Berlinde De Bruyckere