Vergeet de gids niet | Piet Vanclooster over een werk van Michaël Borremans

gids Piet Vanclooster
i
gids Piet Vanclooster
Michaël Borremans, The house of opportunity (the Chance of a Lifetime)’ (2003)
i
Michaël Borremans, The house of opportunity (the Chance of a Lifetime)’ (2003)

Doordat alle groepsbezoeken tot eind juni 2020 geannuleerd zijn; krijg je vanaf nu een verhaal, een anekdote, een blik op een kunstwerk door een van onze gidsen. Piet Vanclooster bijt de spits af. Duik mee in zijn filosofische kijk op het werk ‘The house of opportunity (the Chance of a Lifetime)’ (2003) van Michaël Borremans.

Alle groepsbezoeken in S.M.A.K. werden door COVID-19 geannuleerd tot eind juni 2020, dus ook de gidsen vielen zonder werk. Al vergeten we hen niet: zij blijven geboren en boeiende vertellers, of dit nu in de museumzaal is of via deze weg. 

Onderhavige tekst is geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling ‘De Collectie (1), Highlights for a future’ die in 2019 in het S.M.A.K. werd gehouden.

"Daar staat voor ons een huis. Het is het eerste wat opvalt wanneer we ‘The house of opportunity (the Chance of a Lifetime)’ (2003) van Michaël Borremans te zien krijgen. Het is iets wat ons zeer vertrouwd overkomt en wat we meteen ook herkennen: we zien immers een dak, muren, …

Volgens het mentaal schema dat we van een huis hebben, gaan we bijna automatisch op zoek naar andere elementen die er intrinsiek deel van uitmaken, zoals ramen en deuren. Omdat deze niet direct te bespeuren vallen, voelen we ons gedwongen dit verder uit te pluizen. We zoomen in en vinden enigszins gerustgesteld al vrij snel een reeks elementen die ramen of vensters kunnen voorstellen, maar ze zijn zo minuscuul dat ze precies niet in verhouding staan tot het geheel van het huis. Daarenboven zijn het er wel honderden, misschien zelfs duizenden, die in dunne rijen de volledige muren van het huis in beslag nemen. En hoe langer we er aandacht aan besteden, hoe meer we beginnen twijfelen of het wel vensters zijn. Als gevolg hiervan verschuift onze focus. “Een deur, een huis dient dan op zijn minst toch een deur te hebben!” zo verzekeren we onszelf. We gaan op zoek naar een deur maar vinden deze evenwel niet meteen terug. Verdraaid. We zetten een aantal stappen achteruit. Aha, misschien kan er ons toch iets geruststellen. Er blijkt immers telkens een lichte verzakking te zijn in de rijen vensters die we daarnet nog op de voorgevel meenden te zien, zowat te midden van de voorgevel, en als we dit goed en wel beschouwen, kunnen we precies de contouren ontwaren van een gigantische deur, van beneden aan het huis tot bijna tegen het dak aan en terug. Zeker zijn we echter niet, het zijn slechts de vage contouren, die ook nog eens – op de koop toe – onze vooronderstelde rijen vensters overhoop komen halen. Mocht het effectief een deur zijn die open kan gaan, dan draaien de vensters die erin zitten met de deur mee als die geopend wordt?! Dat kan toch niet! We beginnen ons te ergeren, maar we geven niet op, een huis dient een deur te hebben én een deur zullen we vinden! We gaan opnieuw dichter bij het schilderij gaan staan en zoomen vervolgens in op bepaalde zones. Na een poosje onderscheiden we rechts onderaan aan de voorgevel een trap, en nog eens rechts van die trap menen we, hoe microscopisch het ook is, een deur te onderscheiden of iets dat toch op zijn minst op een ingang lijkt. Bizar. Heeft het huis nu een grote of een kleine deur? Hierover blijven we in het ongewisse. Michaël Borremans speelt hier duidelijk met ons voeten, hij doet ons twijfelen, hij haalt ons mentaal schema van wat ons zo vertrouwd is – een huis met ramen en deuren – overhoop.

Ondertussen is het ons ook al opgevallen dat er op het schilderij mensen zijn afgebeeld die rond het huis lopen of staan, mensen van verschillende groottes; en dat net naast die kleine ingang, die we zonet beschreven, er uiterst minieme mensen vertoeven. Wat doen die mensen daar, en waarom hebben al die mensen eigenlijk een verschillende grootte? Sommige mensen zijn dan weer eerder vluchtig geschetst, anderen lijken zelfs doorzichtig? Zijn deze laatsten er wel, of hebben ze slechts een schijn van aanwezigheid?

Wanneer we vervolgens weer onze aandacht richten op de voorgrond, dan staat centraal voor ons een raadselachtig, onafgewerkt, haastig getekend, graffiti-achtig object. Het heeft iets fallisch. De kunstenaar heeft daar iets mysterieus neergepoot voor ons, en we mogen het naar believen invullen, zo lijkt het wel. Eén zaak is zeker, mochten we Borremans vragen naar wat dit mysterieuze object nu precies moet voorstellen, hij er niet zou op antwoorden. Sommigen zien er een fontein in, anderen een standbeeld, weer anderen een lamp want het is alsof het licht uitstraalt. En op de koop toe zien we een aura van licht rond één van de middelgrote mensen die rechts van het huis staat afgebeeld. Misschien straalt het licht van de lamp wel af op die persoon? Het komt in je op dat het geen toeval kan zijn dat het vreemde object en die ene persoon beide oplichten, beide moeten op een of andere manier in relatie staan tot elkaar. Maar wat het precieze verband is, ontgaat je volledig. Wat er afgebeeld staat wordt steeds raadselachtiger.

Zoomen we vervolgens weer uit, dan valt het ons op dat het huis in een grote zaal staat. Het gebouw waarin het is neergepoot voelt zwaar aan, het lijkt wel opgetrokken uit gewapend beton. Het huis staat precies in een bunker. De muren blijken evenwel niet volledig massief te zijn, rechts zien we als het ware daglicht doorheen een zuilenpartij schijnen. Bovenaan in het plafond zien we brandende spots zitten. Het geheel, het huis neergepoot in een grote zaal met mensen die er rondlopen, straalt een bepaalde sfeer uit – het heeft iets beklemmends …

En nu, in een fractie van een seconde, verschijnt mogelijks een unheimlich gevoel bij de toeschouwer. Iets dat kwalitatief anders is dan het raadselachtige karakter van alles wat we tot nu toe hebben beschreven. Hoe vreemd en mysterieus alles ons ook toescheen, hoe intellectueel onzeker we ons ook hebben gevoeld, dit alles heeft tot nu toe niets van doen gehad met het Unheimliche dat ons op dit ogenblik, in een flits, doet verstarren.

Het verschijnt op het moment dat iets je begint te dagen, namelijk wanneer je je opeens bewust wordt van de ruimte waarin je als museumbezoeker staat, en je een blik over je schouder werpt om vast te stellen dat de zaal van het museum grote gelijkenissen vertoont, ja zelfs bijna samenvalt met de grote zaal met de betonnen muren op het schilderij waarin het huis staat. Links achter ons in de museumzaal waar het schilderij is opgehangen zien we eveneens het daglicht doorheen een zuilenpartij binnenvallen. Dezelfde zuilenpartij van op het schilderij! Meer nog, we kijken naar boven en zien quasi gelijke spots in het plafond van de museumzaal zitten. En, als de ruimte waarin we als museumbezoeker staan dezelfde is als op het schilderij, wie zijn dan de mensen die afgebeeld staan rond het huis? Wij natuurlijk. We worden dus in het schilderij gezogen. We verplaatsen onszelf in het schilderij. De consequentie hiervan is dat we ons dus paradoxaal genoeg zowel buiten als binnen het schilderij bevinden. We kijken naar onszelf die naar een huis kijken binnenin een zaal die zowel echt als geschilderd is. En dit is nog niet alles, want in een en dezelfde beweging wordt datgene wat op de voorgrond van het schilderij staat afgebeeld overheen ons geprojecteerd in de museumzaal waarin we ons feitelijk bevinden. Het vreemdsoortige fallische object op de voorgrond wordt als een onzichtbaar Fremdkörper (in de betekenis van vreemd voorwerp) achter ons gedropt in de museumzaal. Er dreigt daar, in de zaal waarin ons bevinden, met andere woorden iets te verschijnen dat er in realiteit niet is. En van de weeromstuit zien we onszelf met het Fremdkörper als in een illusie verschijnen – oplichten – in het schilderij. We zijn niet hier in de museumzaal van het SMAK, maar daar in het schilderij!

Dit alles gebeurt als het ware in één ogenblik, het is een moment van kortsluiting. Tot daarvoor waren we meester over ons kijken, zelfs al waren we intellectueel onzeker, zelfs al was er zoveel onduidelijk, zelfs al stelden we ons zoveel vragen. Op dit moment echter begint alles te schuiven: de ruimte waarin we staan wordt ontdubbeld en als toeschouwer worden we heen en weer geslingerd. We verliezen vaste grond onder onze voeten…"

door: Piet Vanclooster

Piet Vanclooster is in hoofdberoep psychotherapeut/psycholanalyticus en sedert de tentoonstelling Raoul De Keyser  oeuvre (september 2018) een fijn lid van onze gidsenploeg. Piet ontwikkelde en begeleidde ook enkele unieke instaprondleidingen voor onze bezoekers. 'Aan de rand van de schilderkunst' bij Roaul De Keyser en tijdens de Highlights for a Future 'Het Unheumliche in de actuele kunst'.

GROEPSBEZOEK 

We hopen dat we opnieuw groepsbezoeken kunnen toelaten vanaf 1 juli 2020, maar dit is onder voorbehoud van wat de nationale veiligheidsraad zal beslissen. Via deze link vind je alle informatie

in categorie: In de kijker

Richtlijnen voor een vlot bezoek tijdens COVID-19

>